-A A +A

Het Royal Thai Air Force Museum in Bangkok

Bangkok, 10 december 2016. Begin december 2016 bezocht ik voor de vijfde maal het Royal Thai Air Force Museum in Bangkok. Ik combineer dat telkens met een familiebezoek. Het museum maakt deel uit van Don Mueang, de nu tweede luchthaven van Bangkok. Van daaruit vertrekken de binnenlandse en de kortere buitenlandse vluchten, het is ook een luchtmachtbasis met gevechtsvliegtuigen, transporttoestellen en helikopters. Er tegenover ligt de Royal Thai Air Force Academy en wat verder hetBhumibol AdulyadejRoyal Air ForceHospital.
 
Heel wat vliegtuigen staan buiten maar de meest waardevolle en kwetsbare exemplaren bevinden zich in prachtige, verzorgde hallen van het museum. Er werd duidelijk niet op een baht en een stuk marmer gekeken! Thailand is fier op zijn luchtmachtgeschiedenis die er chronologisch wordt getoond. De toegang is gratis, je kan er ongestoord rondwandelen en bij sommige toestellen kan je zelfs in de pilotenstoel plaatsnemen. De infoborden zijn ook in het Engels. 
 
De geschiedenis begint in 1911 met de eerste vlucht op Thaise bodem door de Belg Charles Van den Born (www.hangarflying.eu/nl/content/aviateur-joseph-christiaens-reacties-van-lezers) met zijn Farman ‘Wanda’, in aanwezigheid van de koning van Siam. Rama VI was zo onder de indruk dat hij meteen drie officieren op vliegschool naar Frankrijk stuurde. Je ziet er heel wat vliegtuigtypes van de Thaise luchtmacht die ook door de Belgische luchtmacht werden ingezet. In chronologische volgorde: De Nieuport 17, de Fairey Firefly I, de Douglas C-47 Dakota, de Spitfire XIV, de Harvard, T-33 Shooting Star, de Piper Cub,  de Thunderjet, de Sikorsky S-58, de Siai Marchetti SF.260, de Alpha Jet, de F-16A Falcon en ook een Airbus A310. 
 
Als je het museum binnenkomt kijk je recht op deze Northrop F-5 Freedom Fighter, als ‘entrée’ kan dat tellen! Vanaf 2000 werden ze vervangen door verbeterde versies en door de General Dynamics F-16.
 
Waren de cheerleaders van het Bronco Demo Team net aan het schaften in de kantine? De North American Rockwell OV-10 Bronco bleef tot 2004 in dienst als aanvalsvliegtuig en werd nog ingezet in een grensconflict met Laos. Ze kregen een tweede leven in de luchtmacht van de Filippijnen. 
 
Verder nog de F-5 Freedom Fighter, de Saab Gripen (waarvan een moderne versie kandidaat-vervanger is voor onze F-16), een Bronco (om Tony De Bruyn (www.hangarflying.eu/nl/content/tony-de-bruyn-en-zijn-passie-broncos) te doen watertanden), een Mig-21, een F-86 Sabre en verscheidene helikoptertypes. Teveel om op te noemen!  De klemtoon ligt uiteraard op de Japanse en Amerikaanse types die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Stille Oceaan de dienst uitmaakten, waaronder enkele zeldzame exemplaren zoals de Vought F4U Corsair, de Grumman F8F-1 Bearcat, de Curtiss SB2G-5 Helldiver en ook de Douglas A-1 Skyraider uit de Vietnam-oorlog. Daarnaast nog een aantal toestellen waarmee ik zelf heb gevlogen of meegevlogen: de Chipmunk, de Piper Cub, de Bonanza, …
 
Mijn lievelingsvliegerke is onbetwistbaar de gele Tiger Moth! Het is er nog eentje zonder staartwiel maar met staartslof, zoals de OO-NCN van de legendarische Miss Devleminck. Dat was in 1967 de goedkoopste ‘bak’ om acro te leren en ik heb er zo een twintig uren op gevlogen. Daarmee taxiën was een hele belevenis en als je aan de piloten van nu vertelt hoe dat in zijn werk ging geloven ze je amper! Dubbel vloog ik meestal met de Miss, en af en toe met haar jonge instructeur Iwein Van Caelenberg (www.hangarflying.eu/nl/node/88). De communicatie aan boord gebeurde via een soort spreekbuis. Geloof het of niet maar ik verstond het Frans van Miss Devleminck beter dan het ‘Oilsjters’ van Iwein!
 
De laatste jaren heeft de digitale rage op het instrumentenbord toegeslagen, ik voelde mij daar niet goed bij. Ik wil wijzertjes zien! In een Tiger Moth werd ik op mijn wenken bediend. Let op de kanjer van een kompas. 
 
In 1961 werd de de Havilland DH.82 Tiger Moth als trainer op rust gesteld. De Chipmunk bleef nog tot 1989 in dienst. De Tiger Moth OO-NCN van Miss Devleminck had wel een schuifdak. Ik veronderstel dat zij geen stofzuiger had want bij elke tonneau dwarrelden niet-originele ingrediënten door de cockpit.  
 
Nummer twee op mijn lievelingslijstje is de Siai Marchetti SF.260 die als verbindingsvliegtuig en trainer werd gebruikt en daar al jaren buiten staat. Op dat type heb ik in 1969 (met de OO-RAR) mijn acrotest afgelegd in Gosselies, onder het goedkeurend oog van de al even legendarische ‘Monsieur François’! Nostalgie, nostalgie…
 
In het museum wordt ook aandacht besteed aan de bewapening, de uniformen, resten van gecrashte historische vliegtuigen en dergelijke meer. Ook de plannen om de ontwikkeling van de ruimtevaart en de drones aan bod te laten komen krijgen vorm. Zelfs een zweefvliegtuig-oldtimer en een ULM-probeersel zijn er te zien.
 
Cumuluskes en bloemkoolwolken genoeg maar de enige zwever (Nihon Kogata) die ik in de wijde regio Bangkok heb gezien… hangt in dat museum
 
Iets minder in het zicht liggen nog diverse rompen en andere onderdelen te wachten tot ze kunnen dienen voor renovatie door het luchtmachtpersoneel. Daar zijn ze duidelijk niet afhankelijk van de inzet en goodwill van oudgedienden, zoals bij ons.   
 
In de kantine, mét souvenirwinkeltje, is het op de middag behoorlijk druk! Je kan er tegen democratische ‘Army’prijzen wat Thais eten en drinkwater is er gratis. In mijn keuze van het juiste gerecht, al of niet te pittig gekruid, werd ik in moeizaam Engels voorgelicht door een supervriendelijk ‘soldatinneke’. Gewone soldaten, onderofficieren en officieren, zowel mannen als vrouwen, zitten daar ontspannen in dezelfde ruimte en zelden zie je een militaire groet, hoogstens een ‘wai’. Helemaal anders dus dan tijdens mijn legerdienst in 1961 toen ik in het Duitse Siegen heldhaftig het vaderland verdedigde als soldaat-milicien-chauffeur. In die tijd stond ook een sergeant, en soms zelfs een korporaal, op zijn strepen! Waar wij toen ons heimwee wat konden doorspoelen in de soldatenkantine hadden onderofficieren en officieren hun eigen mess en die kenden wij alleen maar van de sterke verhalen die de ronde deden (de kazerneversie van Hangar Flying).
 
Mijn eerste kennismaking met de North American T-6 Texan Harvard dateert van de jaren vijftig en zestig toen luchtschrijven nog trendy was… Ik had de eer en het genoegen drie van die ‘schrijvers’ te leren kennen: Lou (Louwick +), Nolle (Louage +) en Guy (Vanderlinden). De Harvard bleef van 1948 tot 1974 in dienst als trainer.  
 
Rond 1960 was bij ons de Beechcraft Bonanza 35, met V-staart, het neusje van de zalm. Wie daarmee vloog was een klasse apart en werd met alle honneurs en met een respectvolle ‘wai’ begroet. Tot 1962 was de Bonanza in dienst als verbindingstoestel. 
 
In de jaren zestig kende ik in Deurne ene Louis, een luchtmachtpiloot. Naar zijn zeggen zou hij één van de weinigen zijn geweest die een bail out uit de Lockheed T-33 kon navertellen…  De T-33 bleef tot 1996 in dienst!
 
Tijdens mijn vorig bezoek, in maart 2016, was ik in het Thai Air Force Museum met mijn kleinzoon Falco die de vliegerkes wou zien waarmee opa gevlogen had. Wij waren er de enige Westerlingen en werden in de kantine aangesproken door een officier. “Where are you from? Why do you visit our Museum? What do you do in Thailand?”… Het werd een heel informeel gesprek dat pas eindigde toen hij werd weggeroepen. Hij gaf mij nog zijn naamkaartje en wees op zijn e-mailadres. Het bleek zowaar een Air Chief Marshal te zijn, een viersterrengeneraal! Bij mijn thuiskomst stuurde ik hem een mailtje en kreeg ‘s anderendaags al antwoord.
 
Kleinzoon Falco aan het stuur van een Fairchild C-123 Provider, tot 1969 in gebruik als transportvliegtuig. Hij heeft er intens van genoten en neemt zich voor, als ‘‘m groot is,’ te leren zweefvliegen… Als die bril maar geen roet in het vliegerseten gooit.
 
Bij alle toestellen wordt de bandendruk op peil gehouden, zoals bij deze in licentie gebouwde Siai Marchetti SF.260MT die tot 1999 als trainer werd ingezet. En ‘den opa’ heeft met zo een rasbeestje gevlogen!
 
Don Mueang was ook de thuisbasis van Vajiralongkorn, de nieuwe koning van Thailand, die zijn vader Bhumibol opvolgt. Hij is Air Chief Marshal van de Thaise luchtmacht, was squadronleader en gekwalificeerd om te vliegen met de Northrop F-5, de F-16, de Boeing 737-400 en ook met helikopters. Gene gewone dus!
 
Ben je geïnteresseerd in al wat vleugels heeft en kom je toevallig eens in Bangkok, vergeet dan niet een bezoek te brengen aan dit museum. Je zal het je niet beklagen. Het is bereikbaar per taxi vanuit Mo Chit, het meest noordelijke station van de Skytrain (BTS). Openbaar vervoer en taxi’s zijn er naar Belgische normen heel goedkoop. Er zijn grote werken aan de gang om de BTS te verlengen tot voorbij Don Mueang en, de Thais kennende, is dat een zaak van jaren, en niet van decennia zoals bij ons.
 
Een echte vliegtuigtechneut vindt hier zeker zijn gading. Onderdelen (motor, propeller, vleugelstuk) van een North American P-51 Mustang en een Japanse Mitsubishi A6M Zero, en nog zoveel meer.
 
In de reserve van het museum liggen heel wat HFB Fantrainers. 
 
Urls met extra info:
 
Tekst en foto’s: Luc Dhondt