-A A +A

Luchtoorlog in de Ijzertoren

Diksmuide, 6 februari 2017. Het was al van eind jaren zestig geleden dat ik de Ijzertoren nog bezocht, toen in het kader van een schooluitstap naar het verre Ieper. In de Ijzertoren loopt vanaf 20 januari 2017 de thematentoonstelling ‘Wanneer de dood uit de hemel kwam’, een blik op de oorlogsvoering in de lucht aan de hand van vele objecten. Na mijn bezoek was ik heel tevreden dat ik terug de trip naar Ieper had gemaakt had, de expo is immers een aanrader.

De Europese Vredessite met hier de Crypte en de Ijzertoren, waarin het Museum aan de Ijzer ondermeer het verhaal brengt van de luchtoorlog tijdens WO1.

De militaire uniformen van de vliegeniers trekken direct de aandacht van de bezoekers. Een echte standaard voor de pilotenkledij was er tijdens de Groote Oorlog nog niet. De kledij moest vooral warm zijn. We zien een Franse piloot die een dikke geitenleren jas draagt, leren handschoenen, vlieglaarzen zonder hiel, een kaartentas en een kompas rond de arm. Piloten kochten hun kledij dikwijls zelf, getuige daarvan de vliegkledij met het Britse Burberry-label. Er ligt zelfs reclame die het Britse modehuis maakte, gericht aan de gefortuneerde militaire klanten, dikwijls uit de aristocratie.

V.l.n.r. Uniform van een Franse piloot uit 1914 en 1917, een Belgische piloot uit 1915 en een Belgische officier piloot uit 1917. De Belgische piloot draagt een Roold-vliegeniershelm en een zwartlederen jas en lederen handschoenen. De Belgische officier piloot draagt een kaki kepie en uniformjas met het gevleugeld koninklijk monogram.

Zeer opmerkelijk zijn de resten van de Rumpler C.IV 1463/17 waarmee Lt Psaar en Fl Seibert boven Poelkapelle op 11 september 1917 de Franse kapitein Georges Guynemer hebben neergehaald, althans volgens onderzoeker Marco Fernandez-Sommerau. De researcher uit Merelbeke publiceerde zijn verhaal daarover al in mei 2005 in het Amerikaanse magazine ‘WW1 Aero, The Journal of The Early Aeroplane.’ Marco had de resten van het toestel kunnen aankopen van een man die zich heel lang had ingezet voor de luchtvaartafdeling van het Legermuseum in Brussel. Het museum zelf vond de vliegtuigresten toen niet belangrijk genoeg om te bewaren, een beslissing die later volgens Marco werd betreurd. Dankzij serienummers op de resten van het vliegtuig, kwam de man te weten dat de Rumpler op 11 september 1917 werd neergehaald door de Belg Lt Maurice Medaets. Via een schoonzoon van Maurice die in Zuid-Amerika woont kreeg hij zelfs foto’s van de begrafenis van de Duitse bemanning. De crashplaats van de Rumpler ligt amper 15 km van de vermoedelijke plaats waar Guynemer is neergestort. Volgens deskundig onderzoek uitgevoerd door Marco is het heel goed mogelijk dat Lt Psaar en Fl Seibert de aas Guynemer hebben neergehaald, om drie uur later zelf het slachtoffer te worden van Lt Medaets.

Resten van de Rumpler C.IV van Lt Psaar en Fl Seibert.

Koning Albert I en Koningin Elisabeth toonden veel interesse voor de burgerlijke en militaire luchtvaart. Meerdere keren ging de Koning het front overvliegen, één keer zelfs samen met zijn gemalin. Van Koning Albert I zien we het persoonlijk waarnemersbrevet (uit 1924) en zijn vliegbril. Van Koningin Elisabeth wordt de vliegjas getoond en haar vliegmuts (met insigne ‘E’). Het koninklijk echtpaar mocht op veel sympathie rekenen door de voortdurende aanwezigheid dicht bij de troepen.

Vliegmuts en vliegbril van Koningin Elisabeth, waarnemersbrevet van Koning Albert. 

Oorlogspropaganda is van alle tijden. Opvallend is het gaatje in de propagandafolders die door vliegtuigen werden uitgestrooid. De pamfletten werden door het gaatje op een staaf gestoken. De piloot kon ze tijdens de vlucht gemakkelijk van de staaf naar beneden strooien. Pamfletten moesten de troepen demoraliseren en aanzetten tot desertie.

Veel aandacht gaat naar de Belgische militaire luchtvaart en de genie die de vliegvelden moest aanleggen. Een topstuk is het uniform van een observator, met het embleem van de honingbij op zijn helm. Zowel waarnemingen uit vliegtuigen als uit de waarnemingsballonnen worden in de tentoonstelling belicht. In het begin van de oorlog werden de vliegtuigen vooral ingezet voor verkenningsvluchten. Regelmatig kwamen geallieerde en Duitse piloten elkaar tegen en het kwam al snel tot gewelddadige confrontaties. De eerste bewapening aan boord bestond uit gewone handwapens die al gauw werden vervangen door mitrailleurs. De evolutie van de bewapening van de vliegtuigen wordt met unieke objecten geïllustreerd, alsook de verdediging tegen de vijandelijke vliegtuigen. Frêle vliegtuigen werden omgebouwd tot echte jachtvliegtuigen, de piloten die in deze gevechten meerdere overwinningen behaalden kregen de eretitel ‘aas’. Gerenommeerde luchtazen ontroerden de bevolking en zij krijgen in deze tentoonstelling ook een aparte plaats. Iedereen kent hun namen: Georges Guynemer (°1894, †1917), Manfred von Richthofen (°1892, †1918), Ernst Udet (°1896, †1941), Willy Coppens (°1892, †1986) en vele andere helden.

Prachtige helm met embleem van een Belgische waarnemer. Onder de warme overjas draagt de militair een authentiek uniform, enkel het kraagje is zichtbaar.

De modernisering van de luchtvaart betekende ook de start van de luchtbombardementen. In het begin van de oorlog gebruikten de Duitsers hiervoor de zeppelin die al snel zeer kwetsbaar bleek te zijn. Door de komst van de bommenwerper verdween het luchtschip van het strijdtoneel. De inzet van vliegtuigen bij bombardementen was aanvankelijk heel primitief. Vaak gooide een piloot gewoon granaten of stalen pijlen naar beneden op de troepen van de tegenstrever. Mede dankzij de verdere technische ontwikkeling van de vliegtuigen bleek het ook mogelijk om verdere strategische doelen te bereiken.

Resten van de LZ37, op 7 juni 1915 neergeschoten en neergekomen op een klooster in Sint-Amandsberg.
Veiligheidsgordel uit WO1. Eerst als overbodig ervaren, later gelukkig een verplichting.

Een film toont een vlucht over de frontstreek, van Nieuwpoort tot Diksmuide. De beelden zijn genomen tussen december 1918 en augustus 1919. De verwoesting is erop te zien, maar ook het begin van de heropbouw. 

Als afsluiter staat er een vitrinekast gevuld met loopgravenkunst. Soms zijn de werkjes wat kitscherig, maar dikwijls zijn het ook ware kunststukken. Stukken van houten schroeven vormen dankbaar materaal voor soldatenkunst. Obussen zijn kunstig bewerkt met de afbeelding van een vliegtuig.

Een fotoboek met beelden van de vernielingen door bombardementen in Kortrijk. Tussen de beelden zitten ook luchtfoto’s die genomen zijn van gasaanvallen.

Dirk Demeurie, algemeen secretaris van het Museum aan de IJzer, en conservator Peter Verplancke zijn de stad Diksmuide dankbaar voor de financiële steun, maar ook de vele vrijwilligers en het personeel van het Museum aan de Ijzer. Tussen de bruikleengevers zitten grote namen als het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, In Flanders Field Museum, Fonds BELvue, ea. Eigenaardig genoeg zorgden deze grote instellingen niet voor het merendeel van het geëxposeerde materiaal, dat komt grotendeels van de privéverzamelaars Philippe Oosterlinck en Frankie Van Rossem. We stonden ervan versteld hoeveel topstukken deze heren hier exposeren, wat eigenlijk nog maar een fractie blijkt te zijn van hun persoonlijke WOI-collectie. Conservator Peter Verplancke wees trouwens op de prima samenwerking met dit duo tijdens de twee jaar durende voorbereiding van de expo. Het aantrekkelijk concept van de tentoonstelling komt trouwens ook van Philippe Oosterlinck en Frankie Van Rossem.

Conservator Peter Verplancke bij de Gnôme 9J-motor ter beschikking gesteld door een Brusselse verzamelaar.

Na mijn bezoek aan de tijdelijke tentoonstelling ben ik nog even door de andere vertrekken van de Ijzertoren gewandeld, om dan de lift te nemen naar de 22ste etage en een paar trappen hoger het dakterras te betreden. 84 meter hoog heb je een uniek zich over de ‘Vlaamse Velden.’ Vandaar zag ik ook de vliegenierskapel staan (zie database www.luchtvaarterfgoed.be/content/vliegenierskapel-sgt-vl-goussencourt-waarnemer-cubber) op een boogscheut van de Ijzertoren. Ze is opgericht op de plaats waar op 12 mei 1917 Sgt Vlieger Paul de Goussencourt en zijn waarnemer Ltn Léon De Cubber in een Farman MF40 het leven lieten, het ware gelaat van de vreselijke luchtoorlog. In de tentoonstelling verwijst enkel een doodsprentje naar Sgt Vlieger Paul de Goussencourt. De nochtans prachtige kapel is nog veel meer verwaarloosd dan toen ik ze meer dan tien jaar geleden voor het eerst ontdekte, dat is jammer.

Belgisch linnen waarin boodschappen werden gerold en gedropt vanuit vliegtuigen. Doodsprentje van Sgt Vlieger Paul de Goussencourt.

In het kader van deze beperkte maar toch wel zeer deskundig uitgewerkte tentoonstelling ‘Wanneer de dood uit de hemel kwam,’ organiseert het Museum aan de Ijzer op zaterdag 8 juli 2017 een demonstratie met ondermeer WOI-modelvliegtuigen, warmeluchtballonnen, drones, enz. Het accent ligt vooral op observatie. Wacht niet tot 8 juli voor een bezoek aan deze aantrekkelijke tentoonstelling in de Ijzertoren.

De Ijzertoren, IJzerdijk 49, 8600 Diksmuide. Tel: 051.50.02.86, info@aandeijzer.be

Openingsuren zie www.aandeijzer.be

Frans Van Humbeek
Foto’s: Tom Brinckman