-A A +A

Danny Cabooter – 50 jaar in de lucht!

Antwerpen, 19 februari 2016. Een kort overzicht geven van de vliegcarrière van Danny Cabooter is niet eenvoudig: 24.000 vlieguren in meer dan 50 jaar, verkeersleider, militair piloot, zakenvlieger, sleper van reclamepanelen, ….  De meeste lezers zullen hem vooral kennen als de bezieler van het Stampe-Vertongen museum op de luchthaven van Antwerpen.

Militaire Carrière
Danny startte zijn luchtvaartcarrière als verkeersleider bij het leger. Hij had liever aan het andere einde van de radio gezeten, maar van thuis uit werd een streng vliegverbod opgelegd. Gelukkig kreeg hij in z’n functie regelmatig de mogelijkheid om als radar observator mee te vliegen in de CF-100 “Canuck” van de Belgische luchtmacht. Wanneer bij één van deze vluchten tot 54.000 voet geklommen werd, was hij helemaal gebeten. “Op die hoogte zie je het zwart van de ruimte boven je, en is de kromming van de aarde goed zichtbaar. Dat is een indruk die je nooit meer vergeet!”.

Daarnaast kon hij ook enkele keren goedkoop meevliegen met een Piper Tripacer toen hij in Belgisch Congo gestationeerd was als verkeersleider.

Zijn eigen vliegopleiding begon Danny in 1965 als lid van de ‘Golden River Aviation Club’ in Kortrijk. “Het was de bedoeling om met mijn burgerbrevet in de hand binnen te raken bij de luchtmacht. Jammer genoeg kreeg ik eens een hevige bloedneus, waarbij men een paar adertjes in m’n neus moest dichtschroeien. Vluchten op grote hoogte waren daarmee uitgesloten. De tak ‘Light Aviation’ op het vliegveld van Brasschaat bleef daarmee de enige mogelijkheid om in het leger te vliegen.”

Hier vloog hij tot 1978 onder andere met de Dornier 27, Alouette en Britten Norman en gaf hij ook les op deze toestellen. Ondertussen was hij ook civiel instructeur geworden voor de vliegclubs in Hoevenen en Brasschaat.

Klaar voor vertrek op Sint-Denijs-Westrem. Met een speciale luchtvaartpas mag Danny zijn eerste SV4 overvliegen naar het vliegveld van Brasschaat waar hij deze zal reviseren. (Foto: Archief Danny Cabooter)

Het is ook in deze periode dat hij zijn eerste SV4 kocht. Deze vond hij op het vliegveld van Sint-Denijs-Westrem, nabij Gent (momenteel de terreinen van Flanders Expo). “Ik woonde nog altijd in Veurne, maar werkte in Brasschaat. Wanneer ik naar huis reed, hield ik dikwijls halt op het vliegveld van Sint-Denijs. Op een dag zag ik een SV4 in een hangar staan. Deze was eigendom van een zakenman en had nog een goede motor, maar de cel moest totaal gereviseerd worden. Deze zakenman, die trouwens nog geen brevet had wanneer hij het toestel kocht, had dit project onderschat. Ik heb hem kunnen overtuigen om dit toestel aan mij te verkopen. Met een luchtvaartpas van het Bestuur der Luchtvaart mocht ik dit toestel overbrengen naar Brasschaat waar ik dit dan samen met enkele mechaniciens terug vliegklaar gemaakt heb. Dat was de OO-GWB.”

Sindsdien zijn er nog een OO-GWA en OO-GWC in de collectie bijgekomen. Deze laatste is de oudste vliegende Stampe, en daarmee vliegend erfgoed. “Ik moet telkens een toelating vragen aan de Vlaamse Gemeenschap als ik ermee naar het buitenland wil,” aldus Danny.

Zakenluchtvaart
De civiele carrière van Danny ving aan bij ‘Transmarcom’. Het was een bedrijf met maritieme achtergrond dat de overstap maakte naar de luchtvaart. Het overvliegen van een Piper Seneca uit Amerika van Gander naar Shannon over de Oceaan was een eerste wapenfeit. Danny mocht meteen als piloot bij het bedrijf blijven. Datzelfde toestel werd verhuurd aan zakenlui. Daarnaast was Transmarcom een Cessna dealer en sleet Danny tot 1986 als verkoopsdirecteur vliegtuigen van dit merk. Wanneer je een Cessna ziet met registratie OO-TR…, dan is deze waarschijnlijk door hem verkocht.

Naast zijn taken bij Transmarcom had hij nog een eigen bedrijf voor het slepen van reclamepanelen. Deze panelen waren modulair: op een lap stof werden met een knoopsysteem de letters aangebracht. De montage gebeurde niet altijd even overzichtelijk. Getuige hiervan was een reclame waar “shool” in plaats van “school” gesleept werd in een slogan. “We vlogen toen nog zonder radio, dus we konden de piloot niet terugroepen. Het vreemde is dat de klant, die de banner voor een opendeurdag van een school had besteld, hier niets van heeft gemerkt.” De meesters en juffen moesten misschien zelf terug naar de spellingsles.

Danny was daarenboven ook nog instructeur. Op deze manier maakte hij kennis met Karel Bos. Deze industrieel, bekend van de uitlatenfabrikant Bosal, was bepalend voor de verdere carrière van Cabooter. Zo was de laatste Cessna Conquest die Danny verkocht, het eerste toestel van Bos – toepasselijk met registratie OO-BOS. Omdat Transmarcom de luchtvaartactiviteit aan het afbouwen was, werd Danny piloot voor Bosal. Er werd snel overgestapt naar een Citation zakenjet omdat grotere afstanden gevlogen werden.

Na enkele jaren met deze Citation werd duidelijk dat zelfs voor een groot concern als Bosal de kosten te hoog opliepen en dat deze gedeeld moesten worden door het toestel aan derden te verhuren. Een partnership met Bernard Van Milders, een andere ex-student van Danny, bood de uitkomst en ‘Flying Service’ – nu ‘Flying Group’ – was geboren.

Danny bleef als chef-piloot aan boord van deze onderneming tot zijn verplichte pensionering op 65 jaar.

SV4
Niet alleen Danny is begeesterd van de SV4, ook Karel Bos en Bernard Van Milders hebben er een in hun collectie. Bos heeft de zijne overgekocht van Cabooter. Na een tijdje volgde ook een Harvard en zelfs een Spitfire. “Karel was een oorlogskind en zocht zelfs nog mee naar een neergeschoten Britse piloot. Dat is waarschijnlijk altijd blijven hangen. Toch geloofde ik nooit dat hij écht een Spitfire zou kopen wanneer hij me er eerst over aansprak. Toch heeft hij er één gekocht, en we hebben er elk een 70-tal uren mee gevlogen.”

In de cockpit van de Spitfire. Een uniek toestel met veel power, waarop Danny 70 uur gevlogen heeft. (Foto: Archief Danny Cabooter)

Hoewel de Spitfire enorme fun is om te vliegen (“zoveel power! Dat toestel blijft gaan”), blijft de voorkeur van Danny liggen bij de SV4. “Wanneer je ’s avonds landt met de tweedekker op een klein grasveldje bij een ondergaande zon… beter kan het toch niet.”

Stampe-Vertongen museum
Karel Bos was ook een belangrijke financier van het museum. De vliegende toestellen zijn allemaal eigendom van privé-personen, de toestellen in het museum behoren toe aan een vereniging. Hoewel het niet dezelfde ambitie heeft als grote luchtvaartmusea zoals het Legermuseum in Brussel, is dit toch een zeer aangename locatie die de moeite van het bezoeken waard is. In de grote hal staat de Eerste Wereldoorlog centraal. De rode draad blijft Jean Stampe die met de tentoongestelde Nieuports vocht tegen Duitse Albatrossen en Fokkers. Verder zijn er veel foto’s en uitleg te vinden over de luchtvaart in Antwerpen. De hangar waar de vliegwaardige toestellen staan is voor het publiek enkel te bezichtigen van achter glas.

Het Stampe & Vertongen museum geeft een mooi overzicht van een stukje luchtvaartgeschiedenis.
Niet alleen de SV op de voorgrond lonkt naar de halfopen poort van de hangar. Ook de Fouga Magister achteraan de hangar van Flying Group mag zeer binnenkort weer de lucht in.

Het museum heeft nog ambitieuze plannen voor de toekomst. Zo staat in de hangar van Flying Group een tweede Fouga Magister klaar. Deze is bijna klaar om terug het luchtruim te kiezen, een evenement om naar uit te kijken. Hangar Flying zal uiteraard de nodige aandacht schenken aan deze belangrijke gebeurtenis in de Belgische luchtvaartgeschiedenis.

Jammer genoeg is er dit jaar geen Stampe Fly-In wegens werken op de luchthaven. Wél zal er nog een draaidag georganiseerd worden. Op deze evenementen komen de motoren van de museumtoestellen even terug tot leven. Een unieke belevenis om te horen hoe deze honderdjarigen klinken.

Danny Cabooter voor het Stampe-museum op de luchthaven van Antwerpen.

Meer info op www.stampe.be

Peter Snoeckx