-A A +A

Einde van de Heraldis autogyro in Grimbergen

Grimbergen, 26 december 2012. Moderne autogyro’s vinden terug hun weg naar piloten, maar de originele Cierva autogyro is een zeldzaamheid gebleven in het Belgisch luchtvaartregister. 
Het enige exemplaar, de Avro 671 Cierva C.30A Autogyro OO-ADK, maakte op 4 augustus 1948 een ongelukkige landing, twee kilometer ten westen van het Grimbergse vliegveld. Informatie over dat toestel was vrijwel niet te vinden. Tot iemand op Kerstavond aan mijn voordeur stond met unieke foto’s van de crash.

De Spaanse ingenieur de la Cierva
Een autogyro of gyrocopter is een vliegtuig met een rotor die niet wordt aangedreven door een motor, de rotor geeft enkel draagdracht aan de autogyro. De schroef vooraan wordt wel aangedreven door een motor en zorgt voor de voorwaartse snelheid. De Spaanse ontwerper Juan de la Cierva y Codorníu (°21 september 1895, †9 december 1936) was de zoon van een advocaat. Hij kwam uit een welgestelde familie. Als kind werd hij al aangetrokken door de luchtvaart, met zijn schoolmakkers bouwde hij twee zwevers. Juan studeerde af als burgerlijk ingenieur en in 1923 bouwde hij het eerste werkende prototype van de Cierva C.4. Hij verliet Spanje en verhuisde naar Groot-Brittannië waar zijn gyrocopters met succes gedemonstreerd werden aan het Air Ministry. Dankzij het succes bij de militairen kon hij de Cierva Autogiro Company oprichten en zijn toestellen werden in licentie gebouwd bij Avro (78 exemplaren), Focke-Wulf (40 als Focke-Wulf C 30 Heuschrecke), en Lioré-et-Olivier (25 als LeO C.301). De toestellen werden zowel door militairen (RAF, …) als burgers aangekocht of kwamen na militair gebruik in vliegclubs terecht. Na verloop van tijd stapten gebruikers echter over naar de meer comfortabele helikopters.

Reeds in 1928 demonstreerde de Spaanse ingenieur zijn uitvinding op verschillende Europese luchthavens. Op 3 oktober landde hij met Avro 617 Cierva 6.8L Mk.II G-EBYY in Haren en de volgende dagen stelde hij zijn autogyro ondermeer voor aan prins Leopold en prinses Astrid. Demonstraties van Cierva-autogyro’s volgden in België op 21 september 1930 (G-AAYP) en 19/20 september 1935 (G-ACWO). In Oostende-Stene zag het publiek een autogyro tijdens de vliegmeeting van 14 augustus 1932. De Militaire Luchtvaart had in 1935 een Avro 671 Cierva C.30A Autogyro in dienst genomen (c/n 818), het bleef bij dat ene exemplaar.

Op 9 december 1936 kwam Juan de la Cierva nabij het vliegveld van Croydon (UK) om het leven. Hij was een van de passagiers van de KLM DC-2 PH-AKL ‘Lijster’ die naar Amsterdam vertrok maar vlak na de start in slechte weersomstandigheden neerstortte.

Demonstratie in Haren door Juan de la Cierva van de Avro 617 Cierva 6.8L Mk.II G-EBYY in Haren (4 oktober 1928.) (Archief Huggenberger)

Poulsen en Heraldis
Op 7 november 1947 werd in Gent de publiciteitsfirma en evenementenbureau Heraldis NV opgericht. De bestuurders waren voornamelijk afkomstig uit Gent maar de maatschappelijke zetel bevond zich in de Koningsstraat 23 in Brussel. Een vliegtuig paste perfect in het concept van Heraldis en de raad van bestuur besloot om een autogyro aan te kopen. Daarvoor verhoogde Heraldis op 15 juni 1948 het maatschappelijk kapitaal van de oorspronkelijke 50.000 BEF naar 150.000 BEF. Een opmerkelijke nieuwkomer binnen Heraldis was luchtvaartmakelaar Olaf Poulsen. Hij zetelde weliswaar niet in de raad van bestuur maar bracht de centen binnen voor de kapitaalsverhoging.

Olaf Francis Poulsen (°25 mei 1911, † 11 april 1950) was een merkwaardig figuur. Hij was de zoon van scheepsreder Hans Poulsen (°26 augustus 1885, † 7 oktober 1948) en Valentine De Baerdemaecker (°12 april 1886, †1966.) Op 24 juli 1937 trouwde hij in St Buryan ( Londen) met Lorna Duncombe , die hij in India had leren kennen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte Poulsen naar Groot-Brittannië om er dienst te nemen bij de RAF. Hij diende in Engeland, Indië, Birma en Afrika. Hij werd vereerd met het ‘Most Excellent Order of the British Empire’ (OBE) en het ‘Ereteken der Bevrijding’ van de Deense Koning Christiaan X. Bij het overlijden van zijn vader in 1948 zette hij de leiding van de firma ‘V. & L. De Baerdemaecker’ verder (V voor Valentine en  L voor Louise, de twee zusters die de firma leidden.) In 1950 werd Olaf Poulsen consul van Denemarken.

Olaf Poulsen was stichtend lid, voorzitter en drijvende kracht van de Ghent Aviation Club (G.A.C ). Zijn personeel hielp bij iedere belangrijke activiteit die de club organiseerde. Tijdens een verlof in Frankrijk, kwam hij op 11 april 1950 bij een val in de bergen om het leven. Het ongeval gebeurde in Villefranche-sur-Mer (Azurenkunst, arrondissement Nice.) Hij werd op 16 april 1950 begraven in het familiegraf op de begraafplaats van De Pinte (zie database luchtvaarterfgoed, www.aviationheritage.eu/nl/content/graf-olaf-poulsen

Luchtvaartmakelaar De Baerdemaecker
De firma ‘V. & L. De Baerdemaecker’, gevestigd in de Fiévéstraat 26 in Gent, richtte van 1947 tot 1949 duiventransportvluchten in. Het waren expediteurs en scheepsmakelaars die als enige in het Gentse aangesloten waren bij de IATA, wat hen toeliet om luchtvracht te versturen. Het overvliegen van duiven naar Franse losplaatsen gebeurde vanuit Sint-Denijs-Westrem met Douglas C-47 van Sabena en met een Bristol 170, vermoedelijk van de Franse Compagnie Générale de Transport Aérien (CGTA). De duiven werden de zaterdagavond rond 22 hr ingeladen en het vliegtuig vertrok de zondagnacht rond 2 hr. Officieel werden deze nachtvluchten stopgezet omdat het vliegveld van Sint-Denijs-Westrem niet over de nodige uitrusting voor nachtvluchten beschikte. In werkelijkheid bleken de vluchten om diverse redenen niet rendabel . V. & L. De Baerdemaecker was niet alleen een erkend IATA-kantoor maar vertegenwoordigde ook rechtstreeks firma’s als Pan American Airways, het Britse Rollasons of de Belgische Compagnie commerciale d’Aviation et d’Automobile (COCA) en John Mahieu Aviation.
   
Het waren ‘V. & L. De Baerdemaecker’ en Olaf Poulsen die in juni 1948 zorgden voor de officiële overdracht van de Avro 671 Cierva C.30A Autogyro (c/n R3/CA/41) G-AHXI van het Britse Southern Aircraft Ltd (Horley/Gatwick, Surrey) naar Heraldis.

Voor de gyrocopter G-AHXI op 7 mei 1946 eigendom was geworden van Southern Air Transport, had deze al een hele militaire carrière doorlopen. Op 6 september 1934 was het toestel afgeleverd aan de Britse School of Army Co-operation, een opleidingseenheid die communicatie en samenwerking tussen landleger en luchtmacht moest verbeteren. De autogyro met militaire registratie K4233 verhuisde naar het 13 Sqn (15 februari 1936), 26 Maintenance Unit (12 juli 1938) en werd op 6 maart 1939 tijdelijk buiten dienst gesteld. Op 31 december 1941 nam 74 Wing het terug op in de militaire vloot. Op 6 mei 1942 ging het toestel op het Schotse vliegveld RNAS Arbroath overkop, maar het kon ter plaatse hersteld worden. Bij het 529 Sqn kreeg het op 15 juni 1943 de rompcode KX-F. Op 25 maart 1944 stond het bij Cunliffe-Owen Aircraft, een Britse vliegtuigbouwer en onderhoudsfirma. Op 8 juni 1944 ging de autogyro terug vliegen voor het 529 Sqn en vanaf 18 mei 1945 voor de 5 Maintenance Unit. Pas daarna kwam de gyrocopter bij Southern Air Transport terecht.

De G-AHXI werd voor rekening van Heraldis aangekocht, samen met wisselstukken afkomstig van de Avro 671 Cierva C.30A Autogyro G-ACWO (cn 717, ex V1187, operationeel vanaf 24 juli 1934.) Als publiekstrekker voor Heraldis was een autogyro zeker een topper. Daar stond wel tegenover dat de autogyro in de UK geen publiciteit mocht slepen, de technische prestaties waren niet overweldigend. Misschien was Poulsen toch overtuigd van de technische kwaliteit van zijn gyrocopter en wou hij hier in België toch de noodzakelijke vergunning bekomen voor het slepen van reclame. In september 1948 had Heraldis al willen deelnemen aan de militaire plechtigheden die georganiseerd werden aan de Citadel van Namen.
 
Keuring
Het Grimbergse vliegveld werd vanaf 1946 gebruikt door de burgerluchtvaart. Bij de eerste gebruikers hoorden o.a. de Club d’Aviateurs de Bruxelles, Appareillage Technique et Industriel (ATI), COCA en zweefvliegpiloten die gretig gebruik maakten van de open vlakte. Tijdens de beginjaren was de infrastructuur nog onvoldoende gemoderniseerd. De vliegtuigen werden nog gestald in houten loodsen en gebouwen die waren achtergelaten door de bezetter en de RAF. De overheid had wel beslist om Grimbergen te gebruiken als vliegveld voor de kleine luchtvaart en daarvoor was een bouwproject opgestart om loodsen en administratieve gebouwen te vernieuwen. Een eerste futuristische ronde vliegtuigloods was in november 1947 ingehuldigd door minister van verkeerswezen Achiel Van Acker. Pas tegen eind 1948 konden zowel de nieuwe ronde als rechthoekige loodsen in gebruik genomen worden. Het vliegveld werd beheerd door de op 20 november 1946 opgerichte Regie der Luchtwegen (RLW). Nogal wat sportvliegtuigen deden Grimbergen aan voor de controle door de technische dienst van het Bestuur der Luchtvaart (nu Directoraat-generaal Luchtvaart.) Hun controleurs hadden een kantoor in Evere en een technische check op Grimbergen was dus handig in te plannen.

Locatie van het ongeval, geprojecteerd op een AIP-kaart van 1953. De autogyro week licht af van de startpositie op baan 25 en kwam twee kilometer ten westen van het vliegveld neer tegen een garage.

In juli 1948 werd de Avro 671 Cierva C.30A Autogyro G-AHXI op het Grimbergse vliegveld door de technische diensten van het Bestuur der Luchtvaart gekeurd en het toestel ontving een luchtwaardigheidsbewijs geldig voor een jaar. Op 6 juli 1948 verkreeg het in het Belgisch luchtvaartregister de registratie OO-ADK. De tweezitter, met een romp bekleed met linnen, was in 1933 in Manchester in licentie gebouwd door A.V. Roe & Co Ltd (Avro). Als krachtbron gebruikte Avro een Armstrong Siddeley Genet Major Mk.I van 140 pk. Het toestel had drie metalen rotorbladen die voor transport over de weg achterwaarts konden geplooid worden. Het leeg gewicht bedroeg 604 kg en het maximum startgewicht 863 kg. Met twee inzittenden, 75 kg brandstof en 14 kg olie zat het toestel vrijwel aan het maximum take off weight (MTOW). Vermoedelijk heeft de OO-ADK vanop Grimbergen enkele testvluchten gemaakt. Op 4 augustus 1948 moest het overgebracht worden naar het vliegveld van Sint-Denijs-Westrem. 

Overkop
Armand Bougard was op 4 augustus 1948 de piloot van de autogyro, achter hem zou mecanicien René Jacobs plaatsnemen. Bougard was afkomstig van Bellecourt (Manage) in Henegouwen. Jacobs was een Brusselaar. Aan vliegveldcommandant Carlos Goethals zullen ze hun vertrek gemeld hebben. Zoals het hoort was het toestel voor het opstijgen goed geïnspecteerd, inclusief motortesten voor de take off. Om 16.40 hr steeg de OO-ADK op richting Sint-Denijs-Westrem. De autogyro steeg tot op een hoogte van 30 à 40 meter aan een snelheid van ongeveer 45 mph. Eens aan de grens van het vliegveld liep de snelheid plots terug en de autogyro begon gevaarlijk te dalen. Op dat moment moet de piloot al de huizen gezien hebben op de Steenweg op Beigem (nu Beigemsesteenweg), hij vloog er recht naartoe. Een elektriciteitspaal werd geraakt en daardoor ging de autogyro overkop, tegen de garage van Emiel De Smedt.

De autogyro kon gelukkig de woningen ontwijken maar raakte de garage. (Foto Leon Plettinck)

 

De plaats van het ongeval, nu Beigemsesteenweg 171 te Grimbergen, in december 2012. De vroegere garage in betonplaten werd op dezelfde plaats heropgebouwd. (Foto Frans Van Humbeek)

Getuige
Nadat ik al jaren op zoek was naar foto’s, belde kroongetuige Leon Plettinck (°1930) aan met een paar unieke beelden van de gevallen autogyro. Leon woonde met zijn ouders, broers en zus in de onmiddellijke omgeving (nu Beigemsesteenweg 175, Grimbergen) van het huis van Emiel De Smedt (Beigemsesteenweg 171).

Leon:”Ik werkte toen bij een horlogemaker. Maar omdat ik een knieoperatie had ondergaan moest ik wat tijd nemen om te herstellen. Op de stoep van de Steenweg op Beigem (nu Beigemsesteenweg) zat ik voor ons huis wat te lezen. We waren vrijwel buren van het vliegveld en natuurlijk was ik vertrouwd met de opstijgende en landende vliegtuigen. Ik kon direct zien dat deze autogyro te weinig hoogte won om over de elektriciteitsdraden heen te vliegen. Het toestel kwam gevaarlijk dichter en probeerde de huizen te ontwijken. Het raakte met de rechter wielpoot een elektriciteitspaal van de Beigemsesteenweg en ging overkop. Nadat de ‘ADK’ een paar minuten na het opstijgen net naast de huizenrij op een stuk landbouwgrond, tegen een garage, tot stilstand was gekomen, nam ik een Kodak ‘bokske’ en samen met mijn broer Robert rende ik naar de plaats van het ongeval. De piloot hielp de mecanicien net uit zijn netelige positie. Ze waren allebei zichtbaar gelukkig dat ze het ongeval hadden overleefd. Het tweetal was niet gekwetst, een dokter of ambulance heb ik er zelfs niet gezien.” 

Kroongetuige Leon Plettinck fotografeerde zijn jongere broer Robert voor de autogyro. (Foto Leon Plettinck)

De garage uit betonplaten met een dak in Eternit, typisch voor die tijd, was ingestort en de auto die zich in de garage bevond was ernstig beschadigd. Eigenaar Emiel De Smedt, hoofdonderwijzer in Grimbergen en dirigent van de fanfare Vlaamse Oud-Strijders (VOS) in Beigem, zal niet gelukkig geweest zijn bij de aanblik van zijn auto. In Grimbergen was ‘’t meesterke’ een van de toch nog zeldzame eigenaars van een wagen.

De Avro 671 Cierva C.30A Autogyro OO-ADK werd na het ongeval afgeschreven en Heraldis trok zich wijselijk terug uit de luchtpubliciteit.  Pas op 16 juni 1949 werd de gyrocopter uit het Belgisch luchtvaartregister geschrapt.

Met dank aan: Air Accident Investigation Unit, Dhanens Piet, Jones Garry (Gatwick Aviation Society), familie Olbrechts, Plettinck Leon, Van Humbeek Maurits en Wittemans Luc

Frans Van Humbeek