-A A +A

Fournier forever

Grimbergen, 14 mei 2011. Op het Grimbergse vliegveld zijn vandaag enkele wel heel bijzondere vliegtuigen geland. Hun piloten zijn leden van de Club Fournier International (CFI, www.cfi-ev.scram.de) en hun vliegtuigen zijn het product van de Franse vliegtuigbouwer René Fournier (°1921).

Fournier zal wel altijd geëerd worden als de minimalist die uit de kleinst mogelijke krachtbron, maximaal vliegplezier puurde. Hij is de peetvader van de avion planeur, vliegtuigen die minder motorkracht waren toebedeeld dan de huidige ultralights.

Al in 1949 ontwerpt Fournier zijn RF-1. Het vliegtuig had lange, smalle vleugels, een intrekbaar hoofdwiel en vloog op een omgebouwde VW-motor van 25 pk. Het karakteristieke vliegtuig woog 220 kg en haalde 160 km/h. Met afgezette motor vloog de RF-1 als een zweefvliegtuig, wat dan ook de bedoeling was van Fournier. Het begrip motorzwever was geboren, een concept waar geheel de vliegbouwwereld zich van zou bedienen. De RF-1 zou pas in 1960 in productie worden genomen.

OO-NKL heeft het vliegveld Grimbergen als thuisbasis. Deze Fournier is een RF-5B.

Voor de productie van de RF-1 legde de Franse overheid Fournier zodanig strenge eisen op dat het meteen resulteerde in de RF-2 uit 1962 waarvan één exemplaar nog te bezichtigen is in het Musée de l’air op Le Bourget.

Fournier zou altijd in de contramine blijven met de Franse overheid die hij starre bureaucratie verwijt en die haar subsidies slechts aan staatsgebonden bedrijven toewijst. Als tachtiger schreef Fournier nog een boek met de betekenisvolle titel: ‘Mon rêve et mes combats’ dat bol staat van verhalen van zijn voortdurend gevecht met de overheid.

In 1963 associeert Fournier zich met de Belg Antoine d’Assche, stichter en eigenaar van Alpavia te Gap, waar eerder S.A.N. Jodel D-11’s het licht zagen. Van 1963 tot 1965 bouwt Alpavia zo’n tachtig RF-3’s met een motor van 39 pk. Een RF-3 zeilt van Malaga naar Tangers over de Middellandse Zee op één gallon (3,8 liter) benzine!

Uit Nederland kwam deze PH-912 binnengezeild, ook een RF-5B.

De vraag naar een RF-3, acrostijl, leidt in 1966 naar de RF-4 waarvan de productie wegens geldgebrek overgelaten wordt aan het Duitse Sportavia dat van de RF-4D zo’n 150 stuks zal bouwen. RF-4’s haalden met gemak de Noordkaap, vlogen van Parijs naar Brazaville in Afrika en overwonnen de Andes in Latijns-Amerika. Zo vliegt Boeingpiloot Mira Slovak een RF-4 heen en terug over de Atlantische Oceaan van Santa Monica naar Bonn. Deze Fournier bevindt zich heden in het luchtvaartmuseum van Seattle.

In 1968 ontwerpt Fournier de RF-5. Het is een RF-4 met plaats voor twee personen en vliegend op een motor van 68 pk. Er zullen door Sportavia zo’n 120 stuks worden gebouwd. Van de RF-5B Sperber met verlengde vleugel, zullen tussen 1971 en 1975 de c/n 51001 tot 51079 de fabriek in Duitsland verlaten.

  F-CGDB is een RF-10, door Aerostructure gebouwd en als achtste van de band gerold in een productiereeks van maar veertien stuks.

Acht Israëlische RF-5’s zullen in de Yom Kippur-oorlog van 1973 in het geheim in Caïro, Egypte landen. Hun houten skeletbouw wordt immers niet door radar herkend. Later zal nog een RF-5 door de Duitse Luchtmacht tot verkenningsvliegtuig worden omgebouwd.

Van de RF-5 zullen er in 1991 nog ‘s negen exemplaren de fabriek van Aeronautica de Jean, in Spanje verlaten als RF-5 Serrania. In de neus zit een 85 pk-sterke motor van Limbach.

In 1969 vertrouwt Sportavia aan Fournier het ontwerp toe van een driezitter, de RF-6 en van de ultieme acro-Fournier, de RF-7, een afgeleide van de RF-4 met kortere vleugels en sterkere motor.

Voor de CFI-Benelux Fly In, kwam te Grimbergen ook D-KFBW geland. Het is een in Brazilië gebouwde Ximango. Het heeft het vliegveld Zwartberg/Genk als thuisbasis.

De Duitse mark zit in de jaren zeventig van de vorige eeuw in de lift, terwijl de dollar keldert. Vandaar een heuse invasie van Amerikaans gebouwde vliegtuigen voor de kleine luchtvaart in Europa. Het haalt het Duitse Sportavia onderuit maar een zwakke Franse munt stelt dan weer Fournier in staat om de productie van Fournier-vliegtuigen opnieuw in eigen handen te nemen. Hij associeert zich met het Franse staatsbedrijf Indraero voor de ontwerp en de bouw van een zeer geavanceerde Fournier. Het wordt de RF-8 uit 1973 maar het model slaat niet aan bij de luchtmachten waarvoor het is bedoeld.

De roep naar sterk gemotoriseerde, geavanceerde vliegtuigen voor de privéscholing wordt luider en zo ontstaat in 1973 de RF-6B, een tweezits vliegtuig met een 100 pk sterke Rolls Royce/Continentalmotor. De RF-6B is een onmiddellijk succes en stelt Fournier in de gelegenheid eindelijk en weer zonder staatsteun, een eigen productielijn op te zetten te Nitray: La Société des Avions Fournier.

Armand Bussé (links) en Michel Leblanc (voorzitter van de Club Fournier International) in de cockpit van de RF-9 F-CAHM. (Foto Frans Van Humbeek)

Een dotatie stelt Fournier in staat de meest gevleugelde RF ooit, op te starten. Het wordt de RF-9 uit 1976. Dit toestel haalt echter moeizaam de productie en het sprookje is uit op 6 december 1977. Fournier Aviation zal slechts tien pre-productie-RF-9’s bouwen die via Aerostructure naar de Portugese Luchtmacht gaan.

Financiële genieën zien het product Fournier nog even zitten. In maart 1978 heet het bedrijf Fournier Aviation, maar er is slechts geld voor de bouw van vijf RF-6B’s. De licentie van de RF-6B zal uiteindelijk verkocht worden aan het Britse Slingsby dat er de T.67 uit puurt, een succesvolle militaire trainer, een tijdlang actief bij onder meer de Nederlandse en de Amerikaanse Luchtmacht.

Vliegtuigen zijn voortaan van kunststof en de composietversie van de RF-9 is de RF-10. Van de RF-10 zal Société Aerostructure Armande, tussen 1986 en 1991, veertien stuks bouwen. Het Braziliaanse Aeromot Aeronaves uit Porto Allegre pikt de draad op en bouwt een kleine 100 stuks RF-10 onder de naam Ximango. Een Ximango vliegt probleemloos heen en terug vanuit Porto Allegre naar het Amerikaans Oshkosh, 17.000 km ver, waarbij de kist probleemloos de Andes overwint.

Wat en prettig, aangenaam ogend vliegtuig is deze RF-3 wel niet. Het stal op de CFI-Benelux Fly In, de harten van alle aanwezigen. Vincent Pesche is de eigenaar/vlieger.

In Daytona Beech, Florida, USA zit vandaag het bedrijf Ximango USA dat de RF-10 aanbiedt voor de prijs van 143.850 USD of 165.000 USD met avionica. Het bedrijf betrekt de leveringen van deze TG-14 ofte AMT-200S nog steeds van Grupo Aeromot Aeronaves uit Brazilië.

In 2001 vliegt de genaturaliseerde Braziliaan Gérard Moss een Ximango VFR-gewijs omheen de wereld met 70 stops in 35 landen onderweg. Nog een bekende eigenaar van een Ximangu was wijlen de F1-autoracer Ayrton Senna.

Armand Bussé inviteerde een mooie lijn van vliegtuigen Fournier. Op de voorgrond de RF-47 waar een vliegend verslag van volgt in een volgend Hangar Flying-update. Iets om weer naar uit te kijken.

In 1991 wordt René Fournier door André Daout van Arc Atlantique Aviation benaderd; hij heeft geld voor een nieuw vliegtuig. Van deze RF-47, een afgeleide van de RF-4 en RF-7, worden door Tours Aviation twee (of zijn het er nu drie?) prototypes gebouwd. De ene vliegt in april 1993, de andere pas in maart 1995. Een van beide toestellen is de F-PNDF dat thans te Grimbergen is gestald. Een andere RF-47 zou op Koksijde staan. Immers, naast de officieel twee (of drie?) RF-47’s zijn nog enkele vervaardigd geworden uit de restanten die in de fabriek voorradig bleken.

De RF-47 is het eerste vliegtuig dat in Frankrijk JAR/VLA wordt gecertificeerd (4 oktober 1995). De vleugelbelasting bedraagt +4,4/-2,2 G en de zweefverhouding is 13:1. Uiteindelijk zou de RF-47 met een Limbach of een Sauer/VW-motor van 85 pk door Euravia te Epinal-Mirecourt in productie worden genomen maar dit sprookje ging uiteindelijk niet door.

De vroege vliegtuigen van Fournier steunen op één hoofdwiel onder de cockpit (zie ook foto 2). Er is dan wel een steunwiel aangebracht onder elke vleugel. Op de foto links is dat het steunwieltje bij de RF-3. Bij de RF-10 Ximango van Fournier zijn de wielen ophaalbaar, zoals te zien is op de foto rechts.

Intussen leeft René Fournier rustig verder in zijn schitterende woonst ‘la Halbutterie’ nabij Cher in Frankrijk. Hij weet bescheiden met de nog zeer levendige adoratie voor hem en zijn werk om te gaan en is blijvend bekommerd om de Club Fournier International die in het weekend van 7/8 mei 2011 verzameling blies voor de viering van de negentigste verjaardag van de fikse man. 

Op 8 mei 2011 nam René Fournier in een brief aan uw verslaggever afscheid met de woorden: “avec toute la trés cordiale sympathie d’un des derniers constructeurs français du XX-ième siècle”.

René Fournier, is een héle, héle grote.

Vier staartstukken Fournier:
Links boven de RF-47. Wat een aangenaam vliegtuig om in te vliegen.
Rechts boven, de RF 5B Sperber
Links onder, de RF-3, n° 13 van Alpavia, met rechtsonder de handtekening van de ontwerper.
Rechts onder, de RF-10, gebouwd bij Aerostructure als n°8.

TIP 1.
Het boek “Mon rêve et mes combats” is per brief te bestellen bij René Fournier, La Halbutterie 2, F-37270 Athée s/ Cher, France. Ook fanmail mag aan dit adres worden gericht.

TIP 2.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw vlogen vier F-4D’s als ‘the Skyhawks’ op vele Europese luchtvaartmeetings. Recent vormde de bekende Britse vlieger Bob Grimstead met Matthew Hill in twee RF-4D’s ‘the Redhawks’. Ze zijn op 18/19 juni 2011 te zien op de Cotswold Airshow 2011 (Kemble). Voor wie niet het Kanaal over wil, is het nieuwe team te zien op 10 juli te zien te Albert-Bray (LFAQ) voor de Grand Meeting Aérien. Dat is vanuit Kortrijk, de autosnelweg nemen richting Parijs, 110 kilometer ver.

TIP3.
Mike Millar (CFI UK Vice President) meldde ons nog dat een volgend Fournier-event doorgaat in Italië. Meer info daarover op de website van de Cremona Flying Club
www.aeroclubcremona.it

Tekst en foto’s: Guido Bouckaert