-A A +A

Graf Nélis in ere hersteld

Evere, 23 mei 2012. Het monumentale graf van Georges Nélis was een van de eerste monumenten dat werd opgenomen in het gegevensbestand van het Belgisch luchtvaarterfgoed. Het bevindt zich op de begraafplaats van Brussel in Evere (Kerkhof van Brussellaan), op de plaats waar de ‘49 Laan’ uitkomt op het Plein der Geallieerden, niet ver van het ereperk der Belgische vliegers. In 2011 werd het graf zwaar toegetakeld door vandalen. Dankzij de Vieilles Tiges van de Belgische Luchtvaart (www.vieillestiges.be) werd het hersteld en op 23 mei 2012 was Hangar Flying aanwezig op de onthulling van het gerestaureerde grafmonument.

Het gerestaureerde graf van Georges Nélis, 23 mei 2012. (Foto Frans Van Humbeek)

Nélis als militair
Georges Jules Louis Nélis (°Halle, 22 mei 1886, † Elsene, 2 maart 1929) mag ongetwijfeld een van de grondleggers van de Belgische luchtvaart worden genoemd. Zijn ouders waren afkomstig van Orp-le-Grand (Orp-Jauche, Waals-Brabant). De middelbare studies volgde hij in Halle waar zijn vader schoolhoofd was. Vermoedelijk heeft het gezin daar ook in de conciërgewoning gewoond. De pientere Hallenaar koos voor een militaire carrière en op 3 oktober 1904 startte hij zijn studies in de Militaire School om in juni 1909 ingelijfd te worden bij de genie. Vanaf 30 september 1909 vinden we Nélis terug bij de Werkers- en Luchtschipperscompagnie. Kapitein Clément de Saint Marcq van de ‘Compagnie’ had opdracht gekregen om een militaire vliegschool op te richten. Nélis werd de eerste Belgische officier die rechtstreeks ‘militaire’ vlieglessen zou volgen, ondermeer in Kiewit en in het Franse Mourmelon. Op 21 december 1910 ontving Nélis zijn vliegbrevet van de Fédération Aérienne Internationale (FAI). Andere militairen, zoals de Oostendenaar en luitenant der artillerie Alfred Sarteel, hadden ondertussen bij de Caters een burgerlijk vliegbrevet behaald.

De Militaire Vliegschool van Brasschaat was in mei 1911 gestart met de vliegopleidingen. Nélis was van bij het begin betrokken bij de organisatie van het nieuwe vliegveld. Hij gaf in de vliegschool ondermeer theorielessen en hield toezicht op de vliegopleiding. Eerst werd hij technisch directeur en later commandant van de vliegschool. Nélis maakte in Brasschaat zijn eerste verkenningsvluchten en voerde experimenten uit met een op een Farman HF16 gemonteerd Lewis-machinegeweer. In september 1912 bood Nélis zijn goede vriend Victor Boin (militair piloot, sportman, luchtvaartjournalist) in Brasschaat een luchtdoop aan. Zijn hele leven bleef hij bevriend met Boin. Ook met Koning Albert onderhield Nélis vele jaren een genegen contact.

Brasschaat, september 1912. Luitenant Julien Stellingwerf aan de mitrailleur, Nélis was de piloot van de Jero-Farman F-16. Mecanicien Jef Coppens staat aan de motor.
(Archief Jean-Pierre Lauwers)

In september 1914 werd Nélis samen met de gebroeders Bollekens geëvacueerd naar Frankrijk waar ze hun werk konden voortzetten in Calais-Beaumarais. Nélis werd commandant van de Technische Dienst. Zijn werkhuizen werden modelwerkplaatsen. Hij trouwde met Margueritte Cambier, dochter van een rechter uit Halle, en kreeg twee dochters. In 1916 stopte hij de samenwerking met Bollekens, een harde klap voor het Antwerpse bedrijf dat aan de ‘luchtmacht’ vliegtuigen leverde en zorgde voor onderhoud. Zijn tegenstanders verweten Nélis dat hij hiermee een Belgische concurrent uit de weg wou ruimen. Volgens Nélis stond Bollekens onvoldoende open voor technische vernieuwing. Een feit is wel dat de ateliers waarvoor Nélis verantwoordelijk was, werkplaatsen waren die model stonden voor het vliegtuigonderhoud. Nélis kon geen gebrek aan organisatietalent worden verweten. Het was toen al duidelijk dat de man grootse plannen had voor de naoorlogse Belgische luchtvaart. Aan het front had hij nooit gevlogen, dat hebben zijn critici hem meermaals verweten. Misschien beseffen gevechtspiloten nu meer dan vroeger hoe belangrijk de ruggengraat van zijn technische diensten wel was voor het veilig uitvoeren van operaties boven vijandelijk gebied. 

Vooruitgang door luchtvaart
Na de Eerste Wereldoorlog installeerde Nélis en de Technische Dienst zich op het verlaten vliegveld van Evere. Tijdens de oorlogsjaren had hij ernstig nagedacht over de toekomst van de Belgische luchtvaart. Begin 1919 publiceerde hij zijn visie over de toekomst van de Belgische luchtvaart getiteld ‘L’expansion Belge par l’aviation’, een boekje waar de ambitieuze Nélis een grote rol toebedeelde aan de burgerluchtvaart, een vooruitstrevende gedachte in die tijd. Hij was er rotsvast van overtuigd dat de Belgische luchtvaart zich onafhankelijk moest opstellen t.o.v. buitenlandse luchtvaartconstructeurs. Nélis had het manuscript eerst aan zijn vriend Victor Boin getoond, die liet het uitgeven onder de auspiciën van het luchtvaarttijdschrift Conquête de l’Air. De banken hadden eerder al sterke interesse getoond om de luchtvaart intenser te gebruiken in hun Congolees wingewest. De publicatie van Nélis kwam voor hen als een geschenk uit de hemel want het overtuigde de publieke opinie om meer te investeren in de toekomst van de luchtvaart. Nélis genoot de onvoorwaardelijke steun van Koning Albert en van de financiële wereld. Zelden heeft een publicatie zoveel impact gehad op de toekomst van de Belgische luchtvaart.

Een unieke foto die zonder vliegtuigen toch de roots van de Belgische en Congolese luchtvaart in beeld brengt. Links Koning Albert I die een groot pleitbezorger is van de luchtvaart. Rechts Robert Thys, bestuurder van Banque d’Outremer. Alle grote banken leverden startkapitaal aan SNETA. In het midden Georges Nélis die als groot organisator visie en kapitaal wist samen te verenigen in een luchtvaartmaatschappij en een constructeur. (Familiearchief Thys, via Paul Van Pul)

Luchtvaartmaatschappij en constructeur
Na de Eerste Wereldoorlog lag Nélis samen met ondermeer Tony Orta, ook een voormalig militair piloot, aan de basis van het Syndicat National pour l’Etude des Transports  Aériens (SNETA), de voorloper van SABENA (Société Anonyme Belge d'Exploitation de la Navigation Aérienne). Nélis nam toen ontlag uit het leger. SNETA werd opgericht op 31 maart 1919.

SABCA in Brussel koestert nog steeds deze gedenkplaat voor Georges Nélis. Onder zijn portret lezen we: ‘Georges Nélis. Schepper der Belgische Krijgs Handel en Koloniale Luchtvaart. 1886-1929’. (Foto Patrick de Wilde).
NEL2_Bezoek van Koning Albert I aan SNETA op de luchthaven van Haren, 1919. De koning werd vergezeld door Georges Nélis. De loods werd in 1921 door een hevige brand verwoest, een stevige opdoffer voor Nélis en SNETA.
(Foto SABENA, Archief Frans Van Humbeek)

De vaste overtuiging van Nélis dat ons land een eigen luchtvaartindustrie nodig had, leidde op 16 december 1920 tot de oprichting van SABCA (Société Anonyme Belge de Constructions Aéronautiques). Een van de voornaamste aandeelhouders was SNETA dat precies daarvoor een kapitaalsverhoging kreeg.  SNETA (en later SABENA) en de krijgsmacht konden nu bestellen bij de eigen luchtvaartindustrie.  Nélis werd gedelegeerd bestuurder bij SABCA. Deze machtsverstrengeling tussen constructeurs aan de ene kant, en klanten aan de andere kant, werd toen als vanzelfsprekend beschouwd en trouwens de enige manier om de nationale luchtvaartindustrie een stevige basis te gunnen. Vanuit het buitenland keek men zelfs vol bewondering –maar met vrees voor de eigen luchtvaartindustrie– naar deze evolutie. Ex-commandant van de Militaire Luchtvaart Jules Smeyers, die Nélis eind 1928 opvolgde bij SABENA en SABCA, kreeg na zijn aantreden al vlug te maken met juristen die de band tussen SABCA en SABENA bekritiseerden. De huidige Europese Commissie zou geen spaander heel laten van dergelijke overeenkomsten tussen constructeurs en luchtvaartmaatschappijen, maar gezien door de bril van de twintiger jaren was Nélis ongetwijfeld een visionair die de Belgische luchtvaart een stevige duw in de rug heeft gegeven.

Nélis had niet alleen af te rekenen met heel wat criticasters, hij moest ook verschillende operationele tegenslagen incasseren. Bij SNETA denken we bijvoorbeeld aan de brand die in de nacht van 27 op 28 september 1921 de belangrijkste vliegtuigloods in de as legde. Minstens zeven vliegtuigen (volgens sommige bronnen negen vliegtuigen) gingen toen verloren, een catastrofe voor het netwerk van de nog prille luchtvaartmaatschappij. Maar Nélis was er de man niet naar om zich bij de pakken neer te leggen, SNETA kwam de klap te boven.  Op 1 juni 1922 werd SNETA opgedoekt omdat de opdracht van de maatschappij was volbracht. Vanaf 23 mei 1923 maakte ze plaats voor de volwaardige nationale luchtvaartmaatschappij SABENA. Georges Nélis werd benoemd tot directeur.

Bezoek van Koning Albert I aan SNETA op de luchthaven van Haren, 1919. De koning werd vergezeld door Georges Nélis. De loods werd in 1921 door een hevige brand verwoest, een stevige opdoffer voor Nélis en SNETA.
(Foto SABENA, Archief Frans Van Humbeek)

In 1924 ging Nélis ook zetelen in de raden van bestuur van de Société Colombophile de Transports Aériens (SOCTA) en de Compagnie Aérienne Belge (CAB). De eerste was een vliegmaatschappij voor het vervoer van duiven, de tweede was gespecialiseerd in de luchtfotografie.

Ook in Congo was SNETA en de Ligne Aérienne Roi Albert (LARA) erg actief. Het belang van zijn inspanning voor Congo kan moeilijk worden overschat. Nélis gaf doorslaggevende adviezen voor de uitbouw van het luchtwegennetwerk in Congo. Van oktober tot december 1926 maakte hij daarvoor ondermeer een studiereis samen met professor Emile Allard, directeur van de technische dienst van de Belgische luchtvaart. In 1929 had SABENA in Europa een regelmatig routenetwerk van amper 1.000 km, in Congo bedroeg dat toen al bijna 4.000 km die in soms miserabele omstandigheden moesten overbrugd worden.

Op 18 januari 1929 had een Frans-Belgische conferentie plaats in Parijs waar in aanwezigheid van Minister Maurice Lippens een akkoord tot stand kwam om in 1930 een luchtlijn te starten tussen Brussel en Madagascar, via Congo. Nélis was door ziekte afwezig op de conferentie, maar er werd in Parijs eerlijkheidshalve en vol respect verklaard dat het de ideeën van Nélis waren die op de onderhandelingstafel lagen. De gezondheid van Nélis baarde iedereen zorgen.

Na een slepende ziekte overleed Georges Nélis op 2 maart 1929 in Elsene. Hij was amper 43 jaar. Nélis werd op dinsdag 5 maart 1929 met militaire eer begraven in Elsene. Een jaar later bracht men zijn lichaam over naar een monumentaal graf in Evere. Om het graf te bekostigen was een nationale inzamelactie gehouden. Het ontwerp was van Ernest Jaspar, het bronzen beeld van Pierre de Soete. De dag na de inhuldiging van het monument werd aan het legermuseum in Brussel een schaalmodel overhandigd van het beeld dat door de Soete werd ontworpen.

Vandalisme
In de nacht van 12 op 13 februari 2011 vernielden een drietal boeven het graf van Georges Nélis. Ze stalen het zware bronzen beeld en de ornamenten. De goegemeente vraagt zich natuurlijk af hoe je zo’n zwaar beeld schaamteloos van een begraafplaats kan stelen. Het gebrek aan toezicht maakt het de vandalen zeker gemakkelijk. Bij ons bezoek aan de begraafplaats merkten we op diverse plaatsen de drieste sporen van funeraire diefstallen. Maar het graf van Nélis werd nu grondig hersteld.

Februari 2012. Vandalen probeerden de schroef in stukken te slijpen. De foto werd in de kazerne in Peutie genomen, alvorens het beeld werd overgebracht naar de restaurateurs in Geraardsbergen. (Foto Michel Mandl)

Op 23 mei 2012, bij de inhuldiging van het gerestaureerde graf, schetste Michel Mandl, voorzitter van de Vieilles Tiges, het verhaal van de vernieling en restauratie. Mandl: “Onze collega Frank Liefooghe was een van de eerste om de diefstal te ontdekken. De familie van Nélis werd op de hoogte gebracht en al snel besloot onze vereniging om alles in het werk te stellen om het graf in ere te herstellen. In de zomer kwam het bericht dat het beeld door wandelaars werd teruggevonden aan de zuidrand van het Zoniënwoud, nabij Waterloo. Het was bewerkt met een slijpschijf en dus zwaar beschadigd. Dankzij de politie van Waterloo en enkele medewerkers van Comopsair –vooral Sofie Naeyaert en Adj Josef Van den Broeck– werd het naar het Kwartier Maj Housiau in Peutie overgebracht. Tijdens de onthulling van het monument voor Kol Vl  Remy ‘Mony’ Van Lierde in Overboelare (zie database) kwam ik bij toeval in contact met Stefan Delannoit en kunstsmid Michel Cloquet van Wings of Memory (www.wingsofmemory.be), de initiatiefnemers voor het metalen monument voor Van Lierde. Hun interesse voor de restauratie van het graf was meteen gewekt, het resultaat van hun professioneel werk kunnen we vandaag bewonderen.”

Stefan Delannoit tijdens de herstellingswerken. Geraardsbergen, 2 maart 2012. (Foto Dirk De Quick)

Gelukkig kon de Vieilles Tiges van België op financiële steun rekenen voor het herstellen van het graf en het bronzen beeld. De restauratie werd gesponsord door de familie Nélis, SABCA, SONACA, Salons de Romree, Huis der Vleugels en de Sabena Old Flyers. Naast een uitgebreid dankwoord aan Wings of Memory prees Michel Mandl ook Françoise en Philippe Laude, kleinkinderen van Nélis die de familie vertegenwoordigden. Christian Pierard van de begrafenisonderneming Latour werd eveneens  vernoemd voor de expertise en het ter beschikking stellen van gespecialiseerd materiaal. Ook Comopsair werd uitgebreid bedankt. Hun vertegenwoordigers waren aanwezig op de korte plechtigheid.

Gasten tijdens de inhuldiging van het gerestaureerde graf. V.l.n.r.:  Vlaggendrager,  Lt Gen Vl o.r. Michel Mandl (Vieilles Tiges), Françoise Laude (kleindochter van Georges Nélis), Philippe Laude (kleinzoon van Georges Nélis) en zijn echtgenote, Chris Van Heghe (Wings of Memory), Michel Cloquet (kunstsmid), Dirk De Quick (achteraan, Wings of Memory), Stefan Delannoit (Wings of Memory), Gen Gerard Van Caelenberghe en Stephaan Herregodts (Wings of Memory).
(Foto Wim De Quick)

Voor een meer gedetailleerde biografie verwijzen we graag naar het artikel van Georges de Coninck en Michel Mandl op de site van de Vieilles Tiges: www.vieillestiges.be/nl/rememberbook/contents/38

Naast de signatuur van Pierre de Soete staan op het bronzen beeld nog verschillende andere inscripties. We vonden ‘Premier aviateur militaire belge 1910’, SNETA 1919, SABCA 1920, SABNA 1923 (sic), ‘Liaison Aérienne Belgique Congo’ en terecht ‘Restored 2012, S. Delannoit – M. Cloquet’.
(Foto Frans Van Humbeek)

Bronnen: Conquête de L’Air, The Belgian Air Service in the First World War (Walter Pieters), Sabca – Dreams and Tenacity, De geschiedenis van de Belgische militaire vliegerij 1910-1918 (Ludo Vrancken) en La SABENA (Guy Vanthemsche). Dank aan Jean-Pierre Lauwers, de Vieilles Tiges van de Belgische luchtvaart, Patrick De Wilde (SABCA) en Wings of Memory.

Frans Van Humbeek