-A A +A

Het reservevliegveld van Aarschot-Rillaar

Messelbroek, 1 december 2014. Op bladzijde 37 van het tweede deel van de Kroniek van Aarschot staat een paginagrote foto met als opschrift Flugplatz Aerschot. In het onderschrift staat te lezen dat het vliegveld zich bevond langs de weg Aarschot–Diest op het Schuttersveld nabij Messelbroek en dat de foto vermoedelijk genomen werd door een Duits spionagevliegtuig omstreeks november 1939. De tekst vermeldde dat het vliegveld van Aarschot-Rillaar een onderdeel was van een plan van de Belgische legeroverheid om verschillende geheime reservevliegvelden op strategische plaatsen aan te leggen.

Duitse luchtfoto uit 1939 van het vliegveld van Aarschot-Rillaar. (Foto Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht)

Evrard Mattheus is een gepensioneerde leraar uit Rillaar. Tijdens de mobilisatie en de aanleg van het vliegveld woonde hij vlak bij de site van het vliegveld. Evrard was op dat moment een knaap van tien jaar oud. Hij vertelt wat hem is bijgebleven over het vliegveld.

Evrard Mattheus: “Het moet in de grote vakantie van 1939 geweest zijn toen ze aan het vliegveld begonnen werken. De opeisingen van de gronden door de Belgische militaire overheid waren toen al achter de rug. Ik vermoed dat die opeisingen omstreeks eind 1938, begin 1939 moeten zijn uitgevoerd. Van mijn vader werd ook een stuk grond opgeëist, dat lag ongeveer in het midden van het latere vliegveld.”

Evrard herinnert zich dat hij mee op en af liep met de grote wals die werd ingezet om de grond gelijk te maken. Zo werd er o.a. ‘goede’ grond van de hoger gelegen gronden naar beneden verplaatst, waarschijnlijk om de hellingsgraad te verminderen. Deze grondverplaatsing zou na de oorlog, bij de herverdeling van de gronden, nog voor de nodige wrevel zorgen.

Het Belgisch reservevliegveld dat het nummer 29 kreeg, lag aan de steenweg van Aarschot naar Diest en werd voor een deel gebouwd op het grondgebied van Rillaar en voor een deel op het grondgebied van Messelbroek.

Langs deze steenweg woonde Evrard met zijn ouders, schuin tegenover het huidige tuincentrum Verstreken, niet ver van het vliegveld. Evrard legt uit dat het vliegveld aan de kant van Rillaar grensde aan de Zoot en aan de kant van Messelbroek aan wat nu de Tieltseweg is. De vroegere onderwijzer herinnert zich ook dat er op de Zoot een huisje stond met hoge bomen. Dat was de woonst van Mieke Veld. Zij werd volgens hem buiten het grondgebied van het vliegveld gehouden, er stonden hoge bomen op haar grond. Verderop op de Zoot stond de hoeve en de boomgaard van Theophile Valvekens. Daarachter werden twee houten barakken gebouwd, weet Evrard te vertellen. Hij vermoedt dat er één werd gebruikt als werkbarak, waar de militairen hun materiaal in stockeerden, en dat de andere gebruikt werd als slaapbarak voor de aanwezige Belgische soldaten. Hij weet ook nog dat de militairen de daken en de houten zijgevels van de barakken camoufleerden met zwarte, groene en bruine verf. Van op de straat zag je de gebouwen wel staan door de boomgaard.

Nadat de wals haar werk gedaan had en de grond ongeveer gelijk lag, moesten een tiental boeren, volgens Evrard, het terrein komen inzaaien om er een grasveld van te maken, waarbij de eerste boer vertrok, gevolgd door de tweede ernaast enzoverder. Evrard: “Ik denk dat het vliegveld klaar was in het voorjaar van 1940. Verspreid over het vliegveld werden ook betonnen kuipjes geïnstalleerd. Deze kuipjes waren ongeveer 25 cm hoog en 35 cm lang en breed. De bedoeling was om deze putjes te vullen met dynamiet om te laten ontploffen. Zij werden echter nooit gevuld met springstof. Aan de overkant van het vliegveld werd een nieuw huis gebouwd. Dat huis, dat de militaire overheid later opeiste, was toen het enige dat langs de Diestsesteenweg stond. Daar werd de commandopost in ondergebracht en er werden door de bomen telefoonkabels getrokken van het huis naar het vliegveld toe.”

Na de voltooiing van het vliegveld hoorde de tienjarige Evrard het geronk van een vliegtuig in de verte. Hij vertelt dat het geluid dichterbij kwam en hij naar buiten ging. Hij liep richting vliegveld en zag hoe een Belgisch militair vliegtuig, het type kent hij niet, uit de richting van Scherpenheuvel kwam aanvliegen en laag over het vliegveld scheerde, om daarna weg te vliegen. Naar waar het vliegtuig gevlogen is, weet hij niet meer, maar hij herinnert zich nog wel dat het zo laag vloog dat hij kon zien dat de piloot een lederen pilotenkap droeg.

Naar aanleiding van het verhaal van Evrard is er wat zoekwerk verricht naar bewijsmateriaal dat aantoont of het vliegveld daadwerkelijk is gebruikt. Het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis heeft een steekkaart van een noodlanding dat een Belgisch legervliegtuig op zondag 18 februari 1940 gemaakt heeft op het vliegveld. De Fairey Fox met als piloot eerste sergeant Henri De Boeck en observator onderluitenant Walter Daumerie kreeg ter hoogte van Rillaar motorpech en ze werden verplicht een noodlanding te maken op het vliegveld.

Op 7, 8 en 9 mei 1940 moest Edouard Verbist uit Rillaar op bevel van de Belgische overheid met zijn paard meststoffen uitstrooien op het vliegveld. ’s Nachts liet hij zijn strooimachine staan op de hoeve van Theophile Valvekens. In de nacht van 9 op 10 mei 1940 sleepten de Belgische militairen de machine op het vliegplein, met obstakels probeerden ze de landing van Duitse vliegtuigen te belemmeren.

Fabiaan Symons (Schuttersveld-Veldstraat, Messelbroek) was in Messelbroek eigenaar van een kwekerij met 45 are fruitbomen. Fabiaan werkte eigenlijk bij boomkweker Michiels in Scherpenheuvel, maar na zijn dagtaak aldaar had hij dus zijn eigen zaak. In mei 1940 veroorzaakte een bombardement heel wat schade in zijn boomgaard en boomkwekerij, ook pluimvee werd gedood. In zijn huis werd veel huisraad geplunderd en vernield. De burgemeester van Messelbroek verklaarde in 1948 officieel dat Fabiaan tijdens de oorlog werkweigeraar was geweest en dat hij zijn domein had moeten verlaten om niet opgepakt te worden.

Volgens Evrard zijn er nooit echte activiteiten geweest op het vliegveld van Aarschot. Hij herinnert zich amper een tweetal vliegbewegingen. Zo zou na de bevrijding van Rillaar (5 september 1944) een Duits jachtvliegtuig neergestort zijn, komende langs de westkant. Volgens de herinnering van Evrard crashte het vliegtuig niet ver van het huis van Mieke Veld en zou het na het raken van de grond overkop gegaan zijn. Wat hij nog wel weet, is dat het Britse leger zeer snel ter plaatse was om het vliegtuig te bergen. Wat er met de piloot gebeurd is, kan hij zich niet meer herinneren.

Locatie van het vroegere vliegveld op Google Maps. (Tom Bergen)

Op woensdag 9 augustus 1944 daarentegen zouden er omstreeks elf uur twee Boeing B-17 bommenwerpers in de problemen geraakt zijn boven Rillaar. De eerste was een Boeing B-17G met als staartnummer 43-37951. Het toestel behoorde tot het 527ste bommenwerperseskader (BS) van de 379ste bommenwerpersgroep (BG) van de achtste Amerikaanse luchtmacht, gestationeerd in Kimbleton, Engeland. Ze kwamen terug van een missie boven Pirmasens (ten oosten van Saarbrücken, Duitsland.) De piloot was tweede luitenant Howard Hamilton en de copiloot Rexford Feaster, ook een tweede luitenant. Beiden zouden zijn omgekomen. Boven Luik werd de bommenwerper geraakt door Duits luchtdoelartillerie waardoor een motor vuur vatte. Het vliegtuig is nog blijven doorvliegen totdat het hoogte is beginnen verliezen en in de buurt van Rillaar zou zijn neergestort. In het Missing Air Crew Report (MACR) is er evenwel sprake van dat het vliegtuig in de lucht zou zijn ontploft. Boven Zoutleeuw zouden drie parachutes zijn waargenomen, maar in datzelfde MACR wordt gezegd dat alle bemanningsleden gesprongen zouden zijn. Andere bronnen spreken van drie gesneuvelden, waaronder de piloot en de copiloot. Waarschijnlijk hebben zij niet meer de tijd gehad om het vliegtuig te verlaten. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de tweede B-17 die soms in verband wordt gebracht met Rillaar er ook zou zijn neergekomen. Volgens het Missing Air Crew Report van de B-17 met staartnummer 44-8077 zou die geraakt zijn boven de Belgische kust, de kans is klein dat hij nog tot Rillaar zou zijn gevlogen.

Het 662 Squadron Air Observation Post van de Royal Air Force was ook kort op het vliegveld aanwezig. Zij vlogen in 1944 met Auster IV en V. Volgens researcher Ian O’Neill verhuisde het smaldeel op 23 december 1944 van Leopoldsburg naar Rillaar. Ze zouden er blijven tot 2 januari 1945. Toen zijn ze vertrokken richting Dinant, naar een vliegveld aan de oevers van de Maas.

In het Operation Record Book van het squadron staan wel vermeldingen dat vliegtuigen geland zijn op het vliegveld van Rillaar op 26 en 27 december 1944. Op 26 december 1944 zou Captain Martin om twaalf uur begonnen zijn aan een retourvlucht vanuit Kortessem via Rillaar. De dag erna heeft Captain Mally een vlucht van zijn basis naar Rillaar en terug naar zijn basis in het logboek ingeschreven. Vermoedelijk behoorde Mally tot C-flight die gestationeerd was in Diest.

Volgens Evrard heeft in de winter van 1945, de sneeuw lag vrij dik, een Boeing B-17 Flying Fortress van de Amerikaanse luchtmacht een noodlanding gemaakt. De bommenwerper was waarschijnlijk op terugweg van een missie boven Duitsland toen hij in problemen kwam in de buurt van Scherpenheuvel/Rillaar. Na de noodlanding in de sneeuw is Evrard met een tiental kinderen gaan kijken. Het vliegtuig heeft daar nog een hele tijd gelegen en hij weet dat de jeugd er allerlei onderdelen ging afhalen. Vooral mica was gegeerd, omdat ze daar volgens Evrard ringen van maakten. Uiteindelijk zou het wrak weggehaald zijn door het Britse leger, denkt Evrard.

Evrard vertelt ook dat hij zich als tienjarige de verschillende Belgische uniformen van de militairen die achtereenvolgens in de buurt aanwezig waren, herinnerde. Of er buiten de Belgische militairen ooit Duitse of Britse militairen effectief op het vliegveld gestationeerd waren, daar heeft Evrard niets over vermeld. Wel weet hij nog dat hij van de Britse militairen chocolade kreeg.

Na het einde van de oorlog werd het vliegveld vrij snel opgedoekt en werden de gronden, die voor de oorlog in beslag genomen waren, teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaars. Evrard: “In het midden van het Schuttersveld stond een tafel voor de landmeters en notarissen, waar soms hevige discussies plaatsvonden. De grenspalen waren voor de oorlog weggehaald, toen het leger de gronden in beslag genomen had. De grenspalen moesten op dezelfde plaatsen worden teruggezet als voor de oorlog.” In het begin van dit artikel werd al gesproken over grond die van de hoger gelegen percelen verplaatst werd naar de lager gelegen delen, vermoedelijk om de hellingsgraad te verminderen. De bodem van de hoger gelegen percelen zou rijker geweest zijn dan die van de lager gelegen stukken. De eigenaars van de rijkere gronden waren dus misnoegd omdat hun percelen nu minder zouden gaan opbrengen.

Locatie huizen nabij het reservevliegveld. (Tom Bergen)

Vandaag is er niets meer wat wijst op de aanwezigheid van een reservevliegveld. Enkel de straten, Zoot en Tieltseweg, waaraan het vliegveld vermoedelijk grensde kan je nog gemakkelijk terugvinden. Volgens Evrard zou de hoeve van Theofiel Valvekens en het huis van Mieke Veld er nog staan. Het huis dat toen dienst deed als commandopost zou volgens Evrard ook nog steeds bestaan. Langs de Diestsesteenweg is de laatste jaren enorm veel bijgebouwd, waardoor het moeilijk wordt om zich nog een juist beeld te vormen over hoe het er moest uitgezien hebben in de periode 1939-1945.

Met dank aan het Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht (Ronny Wierinckx,) Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Gabriël Bellemans, Leen Van den Panhuyzen, Evrard Matheus en Frans Van Humbeek

Tom Bergen