-A A +A

Louis de Monge, van Ohey naar Oshkosh

Ohey, 17 mei 2015. De toeristische dienst van Ohey organiseerde tijdens het weekend van 16 en 17 mei 2015 een tentoonstelling over het opmerkelijk leven van Graaf Louis de Monge de Franeau (°1890, †1977,) Belgisch ingenieur en ontwerper van vliegtuigen en schroeven. Hij is ondermeer de ontwerper van het bijna mythische racevliegtuig Bugatti 100P. Zijn hele leven zou hij gepassioneerd blijven door de luchtvaart. Meer dan veertig brevetten staan op zijn naam waarvan sommige zeer innoverend waren voor de luchtvaart. De expo over de Monge ging door in een van de bijgebouwen van het kasteel de Monge, op het Domaine de Wallay in het Naamse Ohey, ten zuiden van Andenne.

Op de mooie poster, ontworpen voor de tijdelijke tentoonstellling, staan verschillende vliegtuigen afgebeeld ontworpen door Louis de Monge. (Foto Frans Van Humbeek)

Louis de Monge werd op 18 mei 1890 geboren in het ouderlijk kasteel in Ohey. Zijn vader was professor in de rechten aan de universiteit van Leuven en burgemeester van Ohey. Het gezin had negen kinderen, vier meisjes en vijf jongens. De vier broers van Louis waren ingenieur, Louis was tegelijk ingenieur en kunstenaar. Ook anno 2015 is op het Domaine de Wallay de kunst niet ver af. In bijgebouwen van het kasteel leven en wonen kunstenaars die hier inspiratie vinden voor hun creaties. Hier ontmoette ik Ladislas de Monge, kleinzoon van Paul de Monge die een broer was van Louis de Monge. Ladislas is de man achter Une Table Ronde, de organisatie die hier in Ohey onderdak biedt aan kunstenaars.

Al op zeventienjarige leeftijd bestudeerde Louis de Monge de stabiliteit van vliegtuigen. Vanaf 1908 experimenteerde hij met modellen van niet gemotoriseerde vliegtuigen en hij bouwde samen met een van zijn vier broers een zweefvliegtuig. In 1910 construeerde hij samen met zijn broer André een eendekker. De Anzani-motor had hij gekocht tijdens een van zijn bezoeken aan Parijs, zijn netwerking met Franse luchtvaartpioniers en beroemde piloten verliep vlotjes. Vanaf 1912 ging hij ook vaak naar Parijs om aerodynamische testen uit te voeren in de windtunnel van Gustave Eifel (°1832, †1923.)

De in 1910 gebouwde eendekker voor het kasteel in Ohey. Het gezin de Monge staat bij het vliegtuig. Vergelijk deze oude foto met de recent genomen foto van het kasteel. (Archief Ladislas de Monge)
Het kasteel in Ohey waar Louis de Monge zijn jeugd doorbracht, gefotografeerd op 17 mei 2015. (Foto Frans Van Humbeek)

In 1913 werd, vermoedelijk in Parijs, gestart met de constructie van de eendekker ‘de Monge Automatiquement Stable Nr 1.’ Een van zijn eerste brevetten was in het toestel verwerkt. De vleugels waren gedeeltelijk met metalen veren met de romp verbonden en de beweeglijkheid van die vleugel moest het toestel stabieler maken. Het toestel maakte in Buc (Île-de-France) zijn eerste vlucht op 10 juni 1914, dat moet op het aldaar gelegen vliegveld van Louis Blériot zijn geweest. Een vriend van de Monge, de Franse piloot Paul Georges Lumière (°1882, †1915,) maakte de eerste vlucht. Tijdens de meeting van Stockel van 19 t.e.m. 21 juli 1914 werd het getoond aan het publiek. Het zou tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetter vernield worden.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zette hij zijn werk verder in Frankrijk. In 1915 startte de bouw van de ‘de Monge Automatiquement Stable Nr. 2,’ een driedekker aangedreven met een Hispano-motor. De assemblage vond plaats in Etampes, een vliegveld in de regio Île-de-France waar ook de Belgische Militaire Luchtvaart tijdens WOI was neergestreken. Uit perscommentaren blijkt dat Louis experimenteerde met –op zijn zachtst gezegd– minder conventionele ontwerpen: “A considérer cette machine on s’étonnait que les roues fussent rondes.”

In 1916 wordt hij onder de wapens geroepen, maar zijn naam is nergens terug te vinden bij de piloten van de Belgische Militaire Luchtvaart. Tijdens zijn dienstplicht zou hij formules op punt gesteld hebben voor de bouw van schroeven. Hij nam verschillende brevetten op uitvindingen die de werking van schroeven perfectioneren.

Al in 1919 ontwierp en bouwde hij in Ohey een vliegtuig dat door mankracht zou worden aangedreven, de Aviette.

Op 17 augustus 1911 huwde hij met Jacqueline Vinçotte. Haar vader, baron Vinçotte, was luitenant-generaal in het Belgisch leger. De grootvader Thomas Vinçotte was beeldhouwer die ondermeer werkte aan de arcaden van het Halfeeuwfeestpaleis in Brussel. Een scheiding volgde in 1921, waarna Louis huwde met Marguerite Lucas, de weduwe van zijn overleden vriend Paul Georges Lumière. Het paar verbleef vooral in Parijs en kwam nog maar zelden naar het Domaine de Wallay. De luchtvaartactiviteiten verplaatsten zich naar Frankrijk, vooral naar de regio rond Parijs. De Franse overheid maakte grote budgetten vrij om bedrijven prototypes van nieuwe vliegtuigen te laten ontwerpen en bouwen, iets waar ingenieurs als de Monge natuurlijk handig op inspeelden.

Op 30 oktober 1919 werd de Société anonyme des établissements Lumière (SAEL) opgericht. De activiteiten en het bedrijf van het vroegere Lumière & Cie van wijlen Georges Lumière, werden door SAEL overgenomen. De ateliers in Parijs hadden een oppervlakte van 1.800 m2 waarvan 1.200 m2 overdekt. Na de wapenstilstand kreeg het bedrijf het moeilijk, net zoals vele andere bedrijven die sterk afhankelijk waren van de militaire bestellingen. Om de terugval in militaire bestellingen wat te compenseren begon een afdeling van SAEL een tijdlang meubels produceren. De schroeven ontworpen door de Monge werden na de wapenstilstand gebruikt bij een vijftiental wereldrecords (hoogterecord met één piloot tot 9.250 meter, hoogterecord met twee piloten 6.700 meter, …) Louis en broer Paul de Monge werden in 1920 ook aandeelhouders van de maatschappij die vanaf juni van dat jaar het tijdschrift Les Ailes zou uitgeven.

Op verbrijzelde schroeven die nog steeds in het bezit zijn van de familie de Monge, staat het logo van Lumière-de Monge. (Foto Frans Van Humbeek)

Aangezien de houten schroeven begin jaren twintig stevige concurrentie kregen van de metalen modellen, begon SAEL ook metalen schroeven te produceren, aanvankelijk in licentie. In 1922 haalde SAEL al een jaarproductie van 3.600 propellors. In totaal verkocht de firma tijdens WO1 zo’n 40.000 schroeven aan de Franse overheid. Bij SABCA in Evere werden ondermeer Lumière-schroeven in licentie gebouwd voor de door België aangekochte Nieuport 29. Maar 1923 wordt een moeilijk jaar. Omwille van enkele incidenten met schroeven lopen de militaire bestellingen terug en het bedrijf moet afslanken. Louis de Monge zet echter zijn research voort. In 1927 volgde het faillissement van SAEL.

De firma Buscaylet & Cie, opgericht in 1914, in Issy-les-Moulineaux (Île-de-France, ten zuidoosten van Parijs) werkte in onderaanneming voor verschillende luchtvaartbedrijven. Vanaf 24 januari 1922 kwam een samenwerking tot stand met Louis de Monge die daardoor verschillende prototypes kon ontwerpen en bouwen. Hij was erg productief en innoverend en maakte ontwerpen voor racers (Type 5.1,) een zweefvliegtuig (Type 7.1,) een amfibievliegtuig (Type 6) dat vijftien passagiers van Parijs naar New York moest kunnen vliegen, een bommenwerper (Type 130,) een vliegende vleugel (Type 5,) enz. Zelfs met de Nederlandse vliegtuigbouwer Koolhoven kwam een samenwerking tot stand. Frits Koolhoven (°1886, †1946,) was opgeleid in technische scholen in Antwerpen en Luik en een tijd mecanicien bij autobouwer Minerva. Een aangepast prototype Koolhoven FK-31 werd de Monge 10.1 gedoopt. Niettegenstaande enkele successen zal de firma Buscaylet-de Monge in april 1926 failliet verklaard worden. Alles lijkt erop te wijzen dat Louis de Monge de rechten voor enkele van zijn projecten verkocht aan Dyle & Bacalan, een firma met ateliers voor spoorwegmateriaal en scheepsbouw in Kessel-Lo bij Leuven en in het Franse Bordeaux. Dyle & Bacalan droomde van trans Atlantische airliners, maar de tijd was er nog niet rijp voor.

Houten maquette van een tweezitter vliegende vleugel. De maquette bevindt zich in het archief van de familie de Monge. (Foto Frans Van Humbeek)

De Société d’Exploitations d’Inventions et Nouveautés (EXINO) werd opgericht rond 1928 om een aantal brevetten van Louis de Monge te exploiteren. Bij EXINO ontwierp hij ondermeer de metalen driezitter-verkenner de Monge 120, een toestel dat wel gebouwd geweest is maar nooit heeft gevlogen. Van latere versies bestaan enkel maquettes. Er volgden maquettes van een driemotorig commercieel burgervliegtuig (Type 140) en een groot postvliegtuig (Type 160.)

Van het Belgische Ateliers de Constructions Aéronautiques de Zeebrugge (ACAZ), opgericht op 11 januari 1924 en vanaf 1926 na een herfinanciering omgedoopt tot ZACCO, kwam de ZACCO A2 die door Edmond Thieffry gekozen werd voor een luchtreis België-Kongo. Louis de Monge had goede contacten met Thieffry en moet hem ook technisch hebben bijgestaan. Op 31 januari 1928 werd het toestel door Prinses Astrid gedoopt. Het vertrok op 9 maart 1928 maar een vijftal kilometer van de Franse grens verongelukte deze O-BAFX in Gochenée, weliswaar niet omwille van technische problemen.

Louis de Monge moet zijn firma EXINO begin jaren dertig opdoeken en verkoopt zijn studiebureau. Veel energie heeft hij ondertussen besteed aan het ontwerp van een vliegende vleugel, ideeën die later door andere ontwerpers worden overgenomen. Vanaf de jaren dertig ging Louis de Monge zich vooral toeleggen op de auto-industrie, ook daarvoor zou hij octrooien op zijn naam schrijven. Auto- en motorfietsenbouwer Imperia stelde hem in 1936 aan als technisch directeur. Hij maakte als snel de overstap naar Bugatti.

Ettore Bugatti (°Milaan 1881, Neuilly-sur-Seine †1947) is vooral bekend om zijn auto’s maar bouwde al in de Eerste Wereldoorlog zijn eerste vliegtuigmotoren. Ettore wou in 1939 meedoen aan de Coupe Deutsch de la Meurthe en had daarvoor een achtcilinder in lijn 450pk-motor van 4,7 liter klaar maar geen vliegtuig. In 1936 deed hij beroep op Louis de Monge om voor hem een racevliegtuig te ontwerpen. Het is geen verrassing dat Ettore zich wendde tot Louis de Monge. Het tweetal kende mekaar al langer. Bugatti had de Monge al eerder motoren ter beschikking gesteld voor zijn vliegtuigen. Natuurlijk moet de zakenman Bugatti potentiële winstcijfers voor ogen gehad hebben toen hij startte met de ontwikkeling van een eigen vinnig Bugatti-vliegtuig. De Tweede Wereldoorlog zat eraan te komen en de Franse overheid toonde een sterke interesse in nieuwe gevechtsvliegtuigen.

Ettore en Louis konden het goed met elkaar vinden. Beiden waren ingenieur en hadden bovendien een groot gevoel voor kunst. Volgens Jaap Horst (artikel in Pegasus, juni 2001) was het ontwerp van de Bugatti-racer sterk geïnspireerd op de Koolhoven FK-55, te zien op het Luchtvaartsalon van Parijs in 1936. De Bugatti 100P, aangedreven door twee Bugatti 50B motoren die ieder 450pk stuwkracht leverden, werd gebouwd in Rue du Débarcadère in Parijs waar Louis de Monge een ontwerpbureau had. In het vliegtuig werden verschillende nieuwe patenten van de Monge verwerkt, het was een zeer futuristisch ontwerp. De 100P was uitermate gestroomlijnd en was ondermeer voorzien van naar voren gerichte pijlvleugels. Flaps pasten zich automatisch aan, afhankelijk van snelheid, stand van de throttle, enz. De motoren die achter de piloot gelegen waren, waren met de propellors verbonden met cardanassen, in de wagenbouw had Bugatti daarmee voldoende ervaring opgedaan.

Ter gelegenheid van de tijdelijke tentoonstelling in Ohey maakte kunstenaar Ladislas de Monge een beperkt reeks modellen van de Bugatti 100P. De zilveren kunstwerkjes zijn maar een vijftal centimeter lang. (Foto Frans Van Humbeek)

Het racevliegtuig werd echter niet afgewerkt door de Duitse inval in Frankrijk. Het werd verstopt op het kasteeldomein van Bugatti in Ermenonville (Picardië.) Eigenaardig genoeg hebben de Duitsers het toestel niet in beslag genomen, ze hadden tijdens WOII het kasteel nochtans bezet en de kans is dus zeer groot dat ze het opgemerkt hebben. Na de dood van Ettore in 1947 bleef dochter Lydia (°1907, †1972) op het landgoed wonen. Momenteel is het kasteel een prestigieus hotel-restaurant dat geen banden meer heeft met Bugatti (www.chateau-ermenonville.com).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog staakte Louis de Monge zijn luchtvaartactiviteiten. In 1946 stuurde de Franse overheid hem naar de Verenigde Staten om de Amerikaanse industrie te bestuderen. In 1947 emigreerde hij naar de Verenigde Staten na enkele ontgoochelende reacties van de Franse overheid, die zijn ontwerpen te modernistisch vonden. Hij ging in New Jersey wonen en ging aan de slag als consultant. Hij overleed op 25 juli 1977 in New Jersey.

Na het overlijden van Lydia Bugatti kwam de Bugatti 100P via enkele omwegen bij Ray Jones terecht, de Amerikaanse restaurateur van Bugatti-wagens. Hij toonde enkel interesse in de motoren. Peter Williamson kocht het vliegtuig in 1971 zonder motoren en tussen 1975 en 1979 volgde de restauratie door Les en Don Lefferts. Het vliegtuig is sinds 2010 te zien in de Bugatti-kleuren in het Experimental Aircraft Association Air Venture Museum in Oshkosh, Wisconsin (www.eaa.org/en/eaa-museum.)

Al in maart 2014 had Guido Bouckaert mij geschreven over de Bugatti 100P. Guido: ”Het is altijd leuk om vanuit de luie zetel op een doorregende avond het internet af te schuimen op zoek naar het mooiste vliegtuig ooit. Zoveel internetters, zoveel meningen. Maar laatst stootte ik op een model dat nooit vloog en mee is bedacht door een Belg, … een Bélg ?! Echt een beauty van een vliegtuig, zo lijkt het toch. Een vliegtuig dat nooit vloog en toch immens populair is onder fanaten, hoe kan dat nou? De Bugatti 100P is zo bijzonder van vorm dat het haast niet anders kan dan ingegeven te zijn geweest door goddelijke inspiratie. We schrijven eind de jaren dertig van de vorige eeuw en het vliegtuig had een dubbele, contra-lopende propeller die was gekoppeld aan een dubbele watergekoelde motor opgesteld achter de piloot; een V-vormige staartvlak dat 120° opwaarts was gepeild en een casco dat er niet alleen futuristisch uit zag, maar het effenaf was. Maar vliegen deed het ding nooit.”

27 juli 2010. De Bugatti in het EAA AirVenture Museum in Oshkosh. De Bugatti 100P was voorzien van een intrekbaar landingsgestel. Voor de bouw werd vooral hout gebruikt. (Foto Guy Viselé)
Technische eigenschappen (volgens de EAA): lengte 7,75 m, hoogte 2,24 m, spanwijdte 8 m, vleugeloppervlakte 20,6 m2, vleugelbelasting 68 kg/m2, leeg gewicht 1.400 kg, twee tweebladige Raiter-propellors, maximum snelheid 885 km/h. (Foto Guy Viselé)

In de Verenigde Staten wordt sinds 2009 gewerkt aan een replica op ware grootte van de Bugatti 100P, meer bepaald door Scotty Wilson (ex USAF) en zijn team (www.bugattiaircraft.com/news.htm.)  Medewerker John Lawson van Lawson Modelmakers Ltd (www.jlawson.com) maakt modellen van de 100P die verkocht worden om het project te financieren, maar daar bleef het niet bij. John zorgde ook voor het uniek mechanisme dat de krachten van de twee (niet originele) motoren moet overzetten naar de propellors. Op 2 april 2015 hebben de motoren en het aandrijfmechanisme voor de schroeven voor het eerst proef gedraaid. Eind mei 2015 kreeg ik van Scotty Wilson een mail met de melding dat hun toestel binnen de maand een proefvlucht zou maken. Het is dus nog even spannend afwachten op een luchtwaardige herinnering aan de innoverende Belgische ingenieur Louis de Monge.

Voor het schrijven van dit artikel deed ik vooral beroep op het Franstalig boek ‘Louis de Monge,’ in 2010 geschreven door Pierre Cryns en in eigen beheer uitgegeven. Pierre is dé expert wat betreft de ontluikende Belgische aviatiek. Auteur Jaap Horst schreef het boek ‘The Bugatti 100P record plane,’ in april 2013 uitgegeven bij Lanasta.

De replica 100P zoals hij een tijdlang is tentoongesteld in het Mullin-automuseum in Oxnard, Californië,  www.mullinautomotivemuseum.com. Wat een prachtig gestroomlijnd vliegtuig. (Foto Scotty Wilson via Jaap Horst)
De replica Bugatti 100P in het Mullin Automotive museum dat een ode brengt aan de Art Deco met heerlijke wagens van 1910 tot de Tweede Wereldoorlog. (Foto Scotty Wilson via Jaap Horst)

De replica van de Bugatti 100P N110PX crashte op 6 augustus 2016 na het opstijgen van Clinton Sherman Airport (Clinton, Oklahoma, USA) in Burns Flat, Washita County (Oklahoma, USA.) Scotty Wilson, piloot en bezieler van het project, kwam daarbij om het leven.  Op Facebook stond te lezen: “ To all of the followers, friends and colleagues around the world who have blessed us with their warm friendship and good wishes over the years, it is with great sadness in our hearts that we can confirm the passing of our great leader and mentor Scotty Wilson early today in a tragic accident involving our beloved aircraft. Being a small team we have been concerning ourselves with other matters before posting this update, please join with us in our prayers for Scottys family, friends and associates. We will post updates in the near future. God Bless.”

Frans Van Humbeek