-A A +A

Magisch varen met een gasballon

Gladbeck (D), 21 april 2013. Wanneer om drie uur ’s ochtends de wekker gaat is het even lastig om wakker te worden. Het vooruitzicht voor de rest van de dag geeft echter direct voldoende adrenaline en energie om toch uit bed te komen.

De ballon, de ‘Belgica II’ met immatriculatie D-OCOX, is gevuld met 1000m³ waterstofgas en is klaar voor vertrek. Vroeger werd ook het minder brandbare helium gebruikt, maar de kosten hiervoor zijn enorm opgelopen.

Twee dagen eerder was ik gecontacteerd met de uitnodiging om een vlucht mee te maken met een gasballon. Als je weet dat er in België slechts twee dergelijke ballons rondvaren, en in heel de wereld minder dan honderd, dan besef je dat dit een unieke gelegenheid is.

Afspraak was de volgende dag met piloten Gino Ciers en Bob Berben om van daaruit samen te vertrekken naar Gladbeck, nabij Düsseldorf, in Duitsland. Bob, in het dagelijkse leven piloot voor Thomas Cook, is niet de minste. Hij heeft in 2005 de prestigieuze Gordon Bennett Cup gewonnen met een recordvlucht van 3.400 kilometer en 65 uur. Meer over Bob en over deze wedstrijd kan je hier lezen (www.hangarflying.be/nl/content/belgen-de-gordon-bennett-race-2010 en en.wikipedia.org/wiki/Gordon_Bennett_Cup_(ballooning)).

Dit weekend is het niet de bedoeling dat we zo lang en zo ver vliegen. Het plan is om zeer vroeg op te stijgen, enkele uren te vliegen, en te landen voor de thermiek al te sterk wordt.

Het clubhuis in Gladbeck is niet groot, maar voorzien van alle nodige comfort om een handvol ballonvaarders te herbergen. Tijdens ons verblijf waren er ook enkele leerlingen uit Rusland die naar hier waren afgezakt om het gasballonvaren onder de knie te krijgen. Je kan de activiteiten op het terrein ook volgen via de webcam op www.ballon.org.
Dit comfort bestaat, naast bijkomstige zaken zoals een computer voor de vluchtvoorbereiding, een douche, een kleine kitchenette en wat bedden, natuurlijk in de eerste plaats uit deze gezellige, en hoogst originele, bar.

Tijdens de vluchtvoorbereiding wijzen de ‘HY-SPLIT’ -modellen van NOAA (het ‘Amerikaanse KMI’) uit dat een vlucht van zes uur ons ergens tussen Eindhoven en Nijmegen zou voeren. Deze modellen, die ontworpen zijn na de kernramp van Tsjernobyl, berekenen de weg die een luchtdeeltje aflegt vanaf een bepaald startpunt. Voor ballonvaarders zijn ze een ideaal middel om een idee te krijgen waar ze zullen belanden. In ieder geval staat op het vluchtplan, dat ook een ballon moet invullen bij een internationale vlucht, als bestemming ‘unknown’. Waar we precies terecht gaan komen blijft een verrassing tot het moment van de landing.

Naast de vluchtvoorbereiding, moet ook nog de ballon klaargemaakt worden. Voor een gasballon wil dit zeggen dat er niet alleen de ballon klaargelegd moet worden, maar ook dat er zo’n 50 zandzakjes van telkens tien kilogram gevuld moeten worden. Dit zand dient als ballast dat uitgeworpen wordt om te stijgen. Dit uitwerpen gaat met enkele kilo’s per keer wanneer snel gestegen moet worden, maar er is ook een schepje aan boord om zeer fijn een weinig uit te werpen voor kleine correcties. Zakken gebeurt dan weer door gas te laten ontsnappen.

Dit gas is wat de startplaats in Gladbeck uniek maakt. Waterstofgas is in België door het speciale transport al behoorlijk duur. Helium als alternatief is al helemaal onbetaalbaar – een ballon vullen zou rond de 4.000 euro kosten. In Gladbeck is het een pak eenvoudiger: er komt een pijpleiding boven waarmee de ballons bijna gratis gevuld kunnen worden. Het is daar immers een bijproduct van een naburige chemische fabriek.

Het vullen van de ballon gebeurt via deze vulmond. De ballon is langs buiten wit om niet teveel op te warmen in de zon, en langs binnen bekleed met carbon. Dit om statische ontladingen te vermijden.
Het sleeptouw. Dit touw wordt vlak voor de landing uitgeworpen met als doel de verticale en horizontale snelheid te verminderen. Tijdens de vlucht hangt het opgerold aan de buitenkant van de mand. De zwarte darm is de gasleiding om de ballon te vullen.

De avond voor de start wordt zoveel als mogelijk voorbereid, maar het vullen zelf zal voor de volgende ochtend zijn omdat er nog teveel wind is. Het betekent slechts een vertraging van 25 minuten om het omhulsel tot een mooie bol op te blazen met duizend kubieke meter gas. Aan de vorm kan je van ver snel zien of het een gas- dan wel een warmeluchtballon betreft. De gasballon is mooi rond, met het mandje dat er verder onder hangt. Een warmeluchtballon heeft eerder de vorm van een omgekeerde druppel.

Op de ochtend voor vertrek is het amper boven het vriespunt. De aanbeveling is dan ook om vele lagen kleding aan te doen. In een warmeluchtballon is er nog wat warmte van de branders en van de ballon die naar de mand uitstraalt, maar bij een gasballon is dat niet het geval.

In ieder geval dienen tijdens het vullen de nodige voorzorgen genomen te worden: geen GSM’s in de buurt van de ballon, en natuurlijk geen open vuur.

Klaar voor de start. De ballon is nog met de paarse banden aan verankeringspunten in de grond vastgemaakt.

Eindelijk is het zover: tijd om aan boord te gaan. Het mandje, dat amper iets groter is dan een vierkante meter, zal ons de komende uren door de lucht dragen.

Nog even een foto als herinnering achteraf, en daarna kunnen de kabels waarmee de ballon aan de grond verankerd is losgemaakt worden. De volgers houden de ballon nog even tegen tot de piloot het sein geeft en daarna gaat het de lucht in! In tegenstelling tot in België en Nederland, is het in Duitsland toegelaten om met een ballon ’s nachts te vliegen. De enige beperking met welke we zitten, is dat we niet te vroeg in Nederland mogen zijn. Doordat de wind echter nog behoorlijk waait, zou dit echter een probleem kunnen worden. De ervaring van Bob zegt echter dat we boven de inversie trager zullen gaan. We stijgen even verder, en zien op de GPS de snelheid inderdaad afnemen.

De duisternis is nog totaal, hoewel dat in het Ruhrgebied natuurlijk relatief is: de verlichting van autowegen en fabrieken geeft een redelijk goed idee over waar we zijn. Naast de verlichting valt ook het constante gedreun van het verkeer op: zelfs op een onmogelijk uur op een zondagochtend zijn er blijkbaar nog veel auto’s op weg.

… en toch is het magisch… als motorvlieger ben ik het niet gewoon om ten eerste buiten te zitten, en ten tweede in een dergelijke relatieve stilte te vliegen. Zelfs in een zweefvliegtuig zorgt de wind voor meer lawaai. Hoewel ik geen hoogtevrees heb, komt het toch vreemd, en een beetje beangstigend, over om iets uit de rugzakken te nemen die buiten aan de mand hangen.

De buitenkant van de mand hangt vol met zandzakjes en andere bagage, in de mand zelf is hier immers weinig plaats voor. Natuurlijk wordt het zand niet in hele zakken afgeworpen. Als het snel moet gaan, bijvoorbeeld om de daling te breken bij landing, kan er direct een kwart of halve zak uitgeworpen worden, maar tijdens de vlucht regelt de piloot z’n hoogte door met een schepje kleine hoeveelheden uit te werpen.
Origineel kiekje op de ballon in vlucht.

Stilaan wordt het lichter, en tegen dat we de Rijn overvliegen genieten we van de zonsopgang.

Iets na zeven, ongeveer halverwege de vlucht, stelt Gino voor om de ‘gasfles voor de piloten’ boven te halen… een flesje bubbels dus. Normaal gezien kraak ik op dit vroege uur niet gauw een fles, maar gezien het uur dat we zijn opgestaan, is het eigenlijk al middag voor ons… De champagne blijkt trouwens met een reden bovengehaald. Er is immers een traditie dat bij een eerste vlucht in een gasballon, de passagier in kwestie gedoopt wordt. Dit betekent een kwak ballastzand op je hoofd, overgoten met een klets champagne.

De traditie wil dat de eerste keer dat iemand met een gasballon meevaart, hij of zij ook gedoopt wordt. Een handvol ballastzand op het hoofd, overgoten met een scheut champagne vormen deel van het ritueel. Iedereen krijgt als doopnaam een titel met daarin de naam verwerkt van de plaats die op dat moment overvlogen werd. In mijn geval is dit ‘Graf von Kalkar’. Gelieve me dus in de toekomst ook zo aan te spreken. Waarvoor dank.
Als graaf moet ik natuurlijk mijn stad promoten. Naast het ‘Wunderland’-attractiepark in een afgeschreven kerncentrale, ziet vanuit de lucht de dorpskern er best wel aangenaam uit… en het is niet eens zo ver van de Belgische grens.

Na enkele uren varen, laten we het Ruhrgebied achter ons, en genieten we van een stukje natuur. Zachtjes dalen we naar een bos om daar vlak boven de boomtoppen te zweven. Omdat de ballon geen lawaai maakt, zien we verschillende reeën en genieten we ten volle van het gezang van de vogels. Dit zijn herinneringen die me nog lang zullen bijblijven.

Hoewel de meeste fun voor de piloten en hun passagiers is, zijn deze niets zonder een team dat de ballon volgt. Anita en Leon zijn hiervoor van onschatbare waarde. Op zich is het volgen ook wel een sport: de ballon stoort er zich niet aan dat het bos dat hij overvliegt ervoor zorgt dat de jeep ineens 30 kilometer moet omrijden… en toch stonden ze vrijwel onmiddellijk na de landing bij ons. Na de landing helpen deze volgers ook bij het opruimen en plooien van de ballon zodat hij direct klaar is voor een volgende vaart.

Na het woud, komen we aan de Nederlandse grens. Het wordt terug drukker op de grond en er wordt stilaan uitgekeken naar een landingsplaats. Zachtjes laat Gino het gas ontsnappen om te dalen. Wanneer we bijna aan de grond zijn, wordt er wat zand uitgegooid om de daling te breken. De landing is totaal niet wat ik verwacht, of misschien wel gevreesd, had. Uiterst zacht raakt de mand de grond… nog maar eens een teken dat de piloten aan boord niet de minste zijn.

De ballon vlak na de landing. Zoals je ziet heeft deze de ronde vorm verloren door het gas dat de piloot heeft laten ontsnappen in de verschillenden dalingen. Een ballon die niet helemaal vol is wordt moeilijker om te besturen: wanneer hij stijgt, zet de waterstof uit, en wordt zo relatief gezien nog lichter, waardoor hij nog meer zal stijgen…

De boer bij wie we landen is aangenaam verrast en is enthousiast dat er een ballon bij hem landt. Na de landing wordt de ballon verder afgelaten, en laten we het schadeloze resterende waterstofgas ontsnappen. Het opruimen van de landingssite, en het opplooien en opbergen van de ballon neemt al snel enkele uurtjes in beslag, en dan zit de lange vliegdag erop.

Het mandje van de ballon meet amper iets meer dan een vierkante meter. De kaart, zandzakjes en bagage worden dan ook buitenboord gehangen. Wanneer Bob en Gino aan wedstrijden deelnemen, varen ze met een nog kleinere mand, die dan wel over een luikje beschikt dat uitklapt. Zo kan één van de twee piloten zich neerleggen en slapen terwijl de andere vliegt.

Gasballonvaarten worden slechts zelden commercieel aangeboden. Je kan bij Gino of Bob wel terecht voor een vaart met een warmeluchtballon. Ook dit is een onvergetelijke belevenis! Meer info op www.warmeluchtballon.be .

Het traject dat we gevlogen hebben. Merk op dat er twee keer een scherpe knik in het traject zit. Dit is omdat de wind aan de grond uit een andere richting komt dan op hoogte. Dat dit bijna 90° verschillend is op 2.000 voet (600 meter) hoogteverschil is echter wel heel uitzonderlijk. In ieder geval gebruiken ballonvaarders dit verschil in richting op de verschillende hoogtes om zo dicht mogelijk bij een doel te landen. Bob Berben vertelde zo dat hij in een wedstrijd een doel op een afstand van 700 kilometer had uitgezet, en er in geslaagd was om op 200 meter van dit doel te landen!
Cheers. Bob, Gino, Anita, Leon, Benoit: op jullie gezondheid, en nogmaals bedankt.

Tekst: Peter Snoeckx
Foto’s: Benoît Verougstraete en Peter Snoeckx