-A A +A

Memory Lane eindigt in Zuid-Duitsland

11 April 2011. Grensovergang België-Duitsland. Als ik denk dat ik ver van huis ben, dan is dat niet zo. Hooguit driehonderd kilometer in vogelvlucht met de auto. Dat is al eens anders geweest met ooit aankomst op Auckland Int’l Airport, de verst verwijderde luchthaven van Brussel. En BTW, in New Zealand hebben ze de schitterendste locatie voor een airshow: de Wanaka Int’l Airshow. WAW!Maar ik ben onderweg naar Friedrichshafen aan de Bodensee, op de scheiding van Duitsland met Oostenrijk en Zwitserland. Ik heb nog vijfhonderd kilometer voor de boeg vooraleer het uiterste punt van Bundesrepublik Deutschland te bereiken.

Ik ken de regio als mijn broekzak. Ik kwam al hierheen gelift toen ik nog ’n broekie van zestien was. Maar toen waren er nog geen tentoonstellingshallen op het vliegveld van Friedrichshafen, dat is maar later gekomen. En de meisjes waren toen, in mijn jeugdige ogen, nog mooier dan vliegtuigen.

Ik nader Dinkelsbühl. De laatste keer dat ik er in de buurt kwam, raasde ik er meteen omheen, richting Ulm, waar Einstein is geboren, om gauw-gauw richting Bodensee op te sturen. Mijn vrouw was mee in de auto en ik mocht van haar, en met haar, later die dag, een paar uren vliegtuigen gaan kijken.

Op de Aero is het altijd aanschurken om een plaatsje te bemachtigen op de apron. Dit jaar stonden de aanwezige vliegtuigen wel erg dicht opeen. (Foto Aero Messe, Fr. Dtl.)

De vliegtuigen van de Aero stonden toen nog in tenten opgesteld en deze die toegang tot het gebeuren gaf was in het midden gescheiden door een nadar. Rechts kon je binnentreden in het Walhalla, links waren de gelukkigen die alles al hadden gezien en terugkeerden naar dat leuke terrasje met halve liters bier, al is dat een specialiteit van even verderop, richting Beieren.

Dinkelsbühl is waar ik vandaag halt hou en het hotel, net buiten de stad, is deel van de Meiser Hotel-groep. Ik zit dus gebeiteld als het op comfort aankomt. De zithoek in mijn kamer nodigt gezellig uit tot lezen en wat heb ik meegebracht aan lectuur op deze trip down memory lane?

Het boek heet ‘Sabena, de Pioniersjaren’, met een inleiding van Annelies Verbeke. Ben ik hier on a trip on memory lane,... dan komt dat goed uit. Het boek toont prachtige zwart-wit foto’s van de beginjaren van Sabena en ik ben een zoon van een oud-koloniaal en in het toenmalige Belgisch Congo geboren. Met dit boek grijp ik terug naar mijn kinderjaren toen ik voor de zomervakanties mee met Sabena op en af reisde van België naar Leopoldstad en dan verder het Congolese binnenland in. Ook ik bungelde ooit in een hangmatje boven de luchtreizigers in zo’n Super DC-6, zoals te zien op de foto “geïmproviseerd slaapwiegje”, bladzijde 63, bovenaan.

Me dunkt dat het bijschrift voor deze foto het niet geheel bij het rechte eind heeft. Die hangmatjes waren niet geïmproviseerd, ze waren standaard issue voor de piepkleine medereizigers zoals ik. De stewardessen hadden zo’n dingen bij om aan de ouders van jonge kinderen uit te reiken als ze moe en landerig werden van de lange vliegreis.

Gelukkig is het boek te groot en vooral te dik om mee in slaap te vallen maar toch herinner ik nog mijn laatste gedachte van die dag: het is te hopen dat dit boek goed verkoopt, en dat de winst zal worden aangewend voor een vervolg in kleur. En daarbij dan maar hopen dat de uitgever aan komt zetten met de tot op het bot uitgebeende saga van het faillissement van eens een parel aan de kroon van ons Belgenland. Tja, een alumni van de Harvard Business School ben ik zeker niet ...

De volgende dag is dinsdag en de Aero opent maar op woensdag de deuren; al om 8 uur voor de persmuskieten. Ik heb nog een dag te gaan om te doen wat ik altijd al wilde: een omweg maken richting München om net buiten de metropool, het stadje Dachau in te duiken. Voor wie het niet weet, Dachau herbergde van 1933 tot 1945 één van de Hitlers vernietigingskampen waar mensen omwille van hun overtuiging, ras of geaardheid, werden gedwongen als ratten te leven en er als ratten werden verdelgd.

Ik stond in Dachau in het crematorium met plaatsvervangende schaamte om wat een mens een medemens aan kan doen, en ik neem het mezelf niet kwalijk dat mijn ogen nat werden. Ik was gvd van de bezoekers (vooral schoolklassen) de enige die hier in deze gruwel, in deze godverdomse gruwel, tranen stond te wenen als een kind van drie dat z’n zin niet krijgt. En het is hier in het KZ-Lager van Dachau zo delicaat opgeruimd dat je voor de echte gruwel van Nazi-Duitsland naar het Holocaust Museum moet in Washington DC in Amerika. Wie de aanblik van alle gruwel in de drie verdiepingen aldaar zonder verpinken doorstaat, is geen mens.

Maar Hangar Flying staat voor vliegtuigen en niet voor diepe zieleroerselen. En toch wil ik nog kwijt dat het de gevangenen waren van Hitlers vernietigingskampen als KZ-Lager Dachau, die in WO2  onder een onmenselijk regime de schuilbunkers voor de Messerschmitt - en Dornierfabrieken in de regio hebben gebouwd.

Onderweg naar de Aero Messe is de regio doordrenkt van luchtvaartgeschiedenis die niet altijd fraai is. Zo werden concentratiekampgevangenen van het Hitler-regime in WO2 verplicht onmenselijk zwaar werk te verrichten bij de bouw van bunkers als deze. (Foto US National Archives)

In deze regio, doordrenkt van luchtvaartgeschiedenis, is onderweg van München naar Lindau inderdaad nog wel een en ander te zien: Fliegerhorst (nu Flugplatz) Fürstenfeldbruck (1936), de fabrieksterreinen van Eurocopter Deutschland te Donauwörth (en Ottobrunn), de Allgaü-Lufthafen te Memmingen en dan pal aan de luchthaven van Friedrichshafen zelf, het belangwekkende Dornier-Museum.

Die avond slaap ik erg low budget tussen vermoeide landarbeiders maar ik boek nooit vooraf en ben dus heel blij een bed te vinden. En vooral — het Gasthof ligt pal in de aanvliegroute voor de luchthaven van Friedrichshafen. Ik lig dus vanuit mijn bed naar de overvliegende kisten te kijken. Het leven kan zooo zoet zijn.

Vandaag gaat de Aero open en ik ben er als de pinken bij. Eerst wat Belgen bezoeken. Dat is Aero-Sense uit Roeselare en de man die ik aanspreek woont zowaar in mijn eigen gemeente. De wereld is klein.

Aero-Sense uit Roeselare (www.aero-sense.com) adverteert zeer nadrukkelijk de produkten die ze verkopen: aero chemicals. Het zijn anti-ijs en ontijzingsprodukten, vliegtuigcasco- en cockpitglasreinigers, zout om startbanen en taxiwegen te bestrooien, verfstrippers, hangarvloerreinigers, sanitaire produkten ‘toilet flush’; vele van hun produkten zijn Boeing certified en dat is een serieuze aanbeveling.

Voor het reinigen van alles wat vliegt of ermee te maken heeft, één adres: het Belgische Aero-Sense. (Foto Guido Bouckaert)

Ik krijg een bus windshield cleaner mee naar huis om de inhoud ervan op de proef te stellen en al meteen laat ik de bus ongelukkig uit de handen vallen. Er is niets mee aan de hand. Test alleszins al geslaagd. Nu nog de geplette insecten te lijf gaan op eender welk vliegtuigglas.

Intussen poetsen de mensen van Aero-sense op de Aero het eigen vliegtuig; een Beech Bonanza die ze ook te koop stellen, De (mede)eigenaar van Aero-Sense gaat immers upgraden naar een Piper Malibu. En eerlijk; het vliegtuig van Aero-Sense blinkt hier in de hallen van Aero Friedrichshafen als geen ander.

Ik moet op de Aero nog wat Belgen bezoeken zoals Aero-Pac uit Pittem en UL Power Aero Engines uit Geluveld. Het zijn  alle West-Vlaamse bedrijven. Ik loop evenwel Paul Adinau uit Malle tegen het lijf bij de vliegtuigen van Diamond Aircraft en hij is als dealer ervan maar al te gelukkig mij de voordelen van de nieuwe DA-40 Tundra Star op te sommen. Deze forse nieuweling in het gamma kan met gemak vier personen van en naar de kleinste vliegvelden in België brengen; dat is in ons klein Belgenland ondermeer Hoevenen en Theux. Knap!

Nieuw! Een bushvliegtuig van het Oostenrijkse Diamond Aircraft dat ook in België de allerkortste pistes aan kan doen: Hoevenen en Theux. (Foto Guido Bouckaert)

En dan gaat de Aero voor mij plots in overdrive. Ik zie dozijnen en honderdtallen dingen die kunnen vliegen. Ik dompel mij onder en zal maar tijden later weer boven water komen met de volgende conclusies:

Eén. Keerde de bezoeker happy terug naar huis? Niet echt. De Aero is nu wel over- en oververzadigd. Het wordt allemaal een beetje van het goede teveel. De massale aanwezigheid van luchtvaartproducten en –producenten snijdt de adem af en uiteindelijk weet de bezoeker niet meer wat hij te zien kreeg.
Twéé. Zijn de tentoonstellende luchtvaartproducenten achteraf tevreden met hun deelname aan de Aero? Voor de heren komt het alleen maar op de verkoop aan. Of ze hebben verkocht, moet achteraf nog blijken. Op het Salon van Le Bourget zijn de fabrikanten trots genoeg om hun verkoopcijfers mee te delen, dat is bij de Aero niet het geval.
Drie. Keerde steller dezes tevreden huiswaarts na deze Aero? Ach, deze trip down memory lane verraadt het helemaal. Misschien kom ik hier wel nooit meer terug wegens verzadigd. En of dat flauwe praat is, want zeg nooit ‘nooit’.

Als ik nog naar de Aero weerkeer dan zal ik zorgen dat ik op voorhand een ticket op zak heb dat mij toegang geeft tot een rondvlucht in de Zeppelin NT. Of houdt het luchtschip ook dit jaar weer halt te Grimbergen? (Foto Guido Bouckaert)

Guido Bouckaert