-A A +A

Mond vol tanden

Melsele, 6 november 2012. Het flinke-mannen-blad ‘P’ laat deze week op de omslag weten dat een vlucht is te winnen in een F-16. Onzin natuurlijk. Wat wel te winnen is, is een vlucht in een Belgische Marchetti en dat op de informatiedag voor militairen in spe, later die maand te Bevekom.

In zo’n mannenblad gaat de aandacht naar de foto’s en wat valt ondergetekende eindelijk ‘s op in dat artikel over Belgian Air Component waarin verbluffend mooie foto’s staan van onder meer de SF-260?

Op de Belgische Marchetti’s prijkt al sinds mensenheugenis een heuse haaiensnuit! Echter; waar, wanneer en hoe deze traditie is ontstaan, daar kan geen mens precies de vinger op leggen ... toch maar een poging en een overzicht hierna, in dit cursiefje.

Een groep grijnzende Belgische Marchetti’s in een mannenblad. Van wie is toch het idee om stoer te doen middels een rij haaientanden op de snuit? (Illustratie P-Magazine)

Twee Wereldoorlogen
Het canvas waarmee de allereerste vliegtuigen uit WOI waren bekleed, was haast altijd in vlekken geschilderd, soms tot in het absurde, maar ze camoufleerden wel bijzonder goed. Vaak ook waren deze eerste frêle vliegtuigen voorzien van opvallende emblemen zoals de ‘Hoed in Ring’ op de Nieuport N28 van 93 Aero Squadron of  de ‘Stampende Ezel’ op de kisten van 95 Aero Squadron, USA.

Op het opduiken van de haaiensnuit op vliegtuigneuzen moet na het eerste vliegzuchtje van de gebroeders Wright in 1903, niet lang worden gewacht. Al in 1913 verscheen een haaiensnuit op de boeg van een Italiaanse vliegboot waarna de Britten op hun Sopwith Dolphin en de Duitsers op hun Roland CII-vliegtuigen het idee herhaalden. Zo prijkt in de winter van 1916/17 op de LFG Roland CII Walfisch van Oberleutnant Edward von Ritter Schliech (Fl. Abt 2B) een vooralsnog primitieve haaiensnuit, waarmee het opduiken van deze opsmuk voor het eerst afdoend is gedocumenteerd.

Op de LFG Roland CII Walfisch van Oberleutnant Edward von Ritter Schliech (Fl. Abt 2B) uit WO I prijkte al een primitieve haaiensnuit. Voor de luchtvaartfan was er ooit deze modelbouwdoos van Airfix uit de jaren tachtig.

Het is wachten tot het uitbreken van WO2 om de haaiensnuit wederom te zien opduiken op militaire vliegtuigen. Bij de inval in Polen vliegt Major Alfons Orthofer bij Stab II/St. G77, met basis te Breslau-Schongarten, een Stuka Ju-87B-1 (S2+AC) die met een haaiensnuit is getooid op de wijze zoals dat thans ons collectief geheugen is ingeprent.

In mei 1941 fotografeert een Duitser in Kreta een Bf-110 die eveneens met een haaiensnuit is versierd. In 1941 werd immers Stab II/ZG76 met deze kisten uitgerust en hebben alle vliegtuigen de haaiensnuit. Het smaldeel heet voortaan Haifisch Gruppe. De haaiensnuit is nu voor het eerst massaal op de kisten van een volledig vliegeskader te zien.

Voor het eerst massaal op de kisten geschilderd van een vliegeskader: de Haifisch Gruppe van de Luftwaffe in WO2.

Intussen laten ook de Geallieerde Luchtstrijdkrachten de tanden zien. Het zijn eerst de Britten die in Afrika bij 112 Squadron de Curtiss P-40 van een haaiensnuit voorzien.  Dezelfde kisten rollen van de band ten behoeve van de Amerikaanse oorlogsinspanningen en het is de AVG, de American Volonteer Group, ook bekend als de Flying Tigers, die de P-40 van de RAF in krant en tijdschriften opmerkt en meteen adopteert. Dit heeft een weidse verspreiding tot gevolg en dit tot op vandaag, met de Fairchild A-10 Thunderbolt bij 23 Tactical Fighter Group USAF.

Voor het eerst diep in het collectief geheugen geprent: de haaiensnuit van de Curtiss P-40E van AVG/Flying Tigers. (Foto USAF)

Ook andere smaldelen tooien hun vliegtuigen met de haaiensnuit. Dat is onder meer het geval bij 39 Fighter Squadron USAF dat bij het nemen van de kaap van 100 overwinningen in 1943, hun P-38’s Lightning van een haaiensnuit voorzien. De legeroverheid stemt officieel in met deze versierselen middels US Army Air Force Regulation 35-22 dd. 08/1944. Ook zij vinden de haaiensnuit bedreigend voor de vijand, weten dat het versiersel het moreel bij vliegers en crew aan wakkert, waarvan velen zo’n opsmuk beschouwen als geluksbrenger in het gevecht.

Dreigend is ‘ie wel, deze B-26B-55-MA Marauder S/N 42-96165 uit WO2 en ingedeeld bij 599th Bomb Squadron, 397th Bomb Group, 9th Air Force. De foto is genomen op 1 december 1944. (Foto USAF)

De haaiensnuit is te zien op volgende vliegtuigen uit WO2 en gedocumenteerd op foto’s. Bij de Luftwaffe: Focke Wulf 190 A-2 van II/JG2; Henschell 129 A-0 in pre-productie; Junkers Stuka JU-87 B-1; Bf-110 C-4 van II Gruppe/ZG26 Haienfisch Gruppe. Bij de Geallieerden: P-38 J Freda/Lightning van 394 FS en diverse Marauders waaronder B-26B-55-MA s/n 42-96165 van 599 Bomb Group/9th US Air Force.

De Koude Oorlog en Vietnam
Slaan we vervolgens gewoon de Koude Oorlog-periode over als het gaat om het tooien van vliegtuigen. De jaren vijftig waren de jaren van discipline en orde. Frivoliteiten werden niet geduld. Maar dan kwamen de jaren zestig en zeventig aangewaaid. Amerikaanse soldaten vochten in Vietnam een hopeloze strijd uit met het communistische regime terwijl ze er bij liepen als hippies en high bleven op drugs. Deze mentaliteit vertaalde zich in de manier waarop de jonge Amerikaanse soldaten aldaar met hun materiaal om gingen: slordig maar bijzonder inventief. Ze pikten algauw het haaiensnuitmotief weer op.

AC-130 Hercules gunships en jachtvliegtuigen van de USAF, lieten zich op deze wijze tooien maar het waren vooral de vele aanvalshelikopters Cobra en Huey UH-1B, UH-1C, UH-1M die op deze wijze in de periode 1966-1971 indruk maakten.

Vliegen deden die Amerikaanse jongelui in Vietnam als geen ander. Hier in december 1970 met de Huey UH-1C met haaiensnuit, geparkeerd aan de rand van Gia Vuc. (Foto 174 AHC Sharks)

174 AHC Sharks bekwam in juni 1966 zelfs officieel toestemming om de haaiensnuit op te schilderen zoals die in gebruik was bij de Flying Tigers uit WO2 met hun P-40 Warhawks; alom genoteerd als de prominente dragers van de haaiensnuit. Eén kist in het bijzonder, is uit de Vietnam-periode in het collectieve geheugen binnengeslopen om er nooit meer te worden gewist. Onsterfelijk is de verkenningsheli OH-6A Cayuse met s/n 17340, dat als Miss Clawd IV in 1972 door Captain Hugh Mills in Vietnam werd gevlogen.

Een Loach als deze OH-64 Cayuse was in de rol van verkenner bijzonder bedrijvig in Vietnam. Deze Miss Clawd IV werd verschrikkelijk geliefd bij luchtvaartminnend Amerika.

Golfoorlog I en II
Hoewel de overheid na de val van de Berlijnse Muur en dus het einde van de Koude Oorlog, het tooien van vliegtuigen heeft beperkt tot graffiti, vlogen ook in de eerste Golfoorlog toch nog kisten die waren voorzien van een haaiensnuit: Tornado’s GR Mk1 (ZA452/GK, GR Mk1 ZA447/EA) en al eens een Buccaneer (XX895/G) of een Harrier AV-8B maar dan met mini-haaiensnuit. Op de toestellen Fairchild A-10 Thunderbolt II van 23 TFW werden ze, hun traditie van afstammelingen van The Flying Tigers getrouw, veelvuldig aangebracht en waren ze best vreesaanjagend.

Fairchild A-10-vliegers doen het uitermate goed als bewaarders van de haaiensnuittraditie in de VS. (Foto USAF)

Naast het haaientanden+oog-motief, vlogen heel veel oorlogskisten rond met rondborstige dames op de romp geschilderd maar na het gender-vraagstuk aan het eind van de vorige eeuw, is deze wijze van opsmuk, nadrukkelijk verboden.

Wereldwijd is het tooien met de haaiensnuit echter niet gestuit. Zo levert het Braziliaanse Embraer hun Tucano volgaarne af in deze outfit. En zelfs Airbus presenteerde recent nog hun allernieuwste A320 Sharklets met een grijzende haaiensnuit onder de romp.

Vliegtuigbouwer Airbus hoopt op gunstiger brandstofverbruik met tipsails op de vleugels van hun A-320, geheten sharklets. Meteen goed voor een mooie haaiensnuit onder de promokist. (Foto Airbus)

Heden zijn wij fier
Hoewel wij er ons niet erg van bewust zijn, lijkt het erop dat Belgian Air Component het enige smaldeel ter wereld herbergt dat altijd al het gros van haar lesvliegtuigen SF-260 met de haaiensnuit heeft getooid, en dat al van in de jaren zeventig. Navraag, ook bij Air Component, bood vooralsnog geen antwoord op de vraag wie indertijd op het idee kwam om de Belgische Marchetti’s op deze wijze op te smukken. Zelfs in het verder uitmuntend boek uit 2009 over de SF-260 van de heren S. Van Heertum en M. Arijs met de titel ‘Siai Marchetti-Agile Penguins in Belgian Skies’ (www.sbap.be) wordt met geen woord hierover gerept hoewel de bijzondere kleuren van elke kist in hoofdstuk zes onder de loep worden genomen. Bijzonder apart in het verhaal van de Belgische Marchetti’s is het verhaal uit 1994 toen ‘Hangar Zuid’ ST-35 geheel in het roze schilderde en vrouwelijke attributen meegaf. “Barbie” kreeg rode lippenstift omheen de haaienbek en mooie, lange wimpers …

Onze Belgische Marchetti’s met haaiensnuit. Hoe en waar is die traditie alhier ontstaan? (Foto Jan Vanhulle)

Maar de vraag blijft
Dit cursiefje is uiteindelijk een oproep: wie weet hoe dat zit met die haaiensnuit op de Belgische Marchetti’s mag het melden aan guido@hangarflying.be. Een opvolgartikel zal daarna in Hangar Flying de reacties bundelen. Laat maar horen.

Guido Bouckaert