-A A +A

Zoon Mustang-piloot Colin Bibby bezoekt Grimbergen

Grimbergen, 29 juni 2013. Vliegclub Grimbergen stuurde mij in november 2012 een intrigerende e-mail. Een zekere Simon Bibby schreef: “My father, Flying Officer Colin Bibby, set off from Grimbergen at 11.50 hours on 18th of September 1944 in a Mustang P51D III. South-East of Rotterdam, my father (rather optimistically) engaged 12 Fw 190s and was shot down, bailing out and landing near the canal in Leyten. I am planning to visit the site where his plane landed and I am interested to know whether it would be possible to arrange a flight from Grimbergen to Leyten.” Natuurlijk nam ik snel contact op met Simon en langzamerhand ontrolde zich het levensverhaal van F/O Colin Osborne Bibby. Een naam uit het Grimbergse oorlogsdagboek kreeg een gezicht.

Een trotse Colin Bibby met zijn RAF-vleugels (Archief Simon Bibby)

Bevrijding
Op 3 september 1944 verlieten de Duitse bezetters de gemeente Grimbergen. Bij hun aftocht staken ze het Prinsenkasteel in brand, de gerestaureerde ruïnes zijn nu nog te bekijken in het Prinsenpark. Op 6 september 1944 verkende Air Commodore P.G. Jameson CB, DSO, DFC, bevelhebber van de 122 Wing, met een Auster het Grimbergse vliegveld. Hij besloot dat het vliegveld geschikt was voor de Wing en drie dagen later landden de Mustangs van 19, 65 en 122 Sqn. Ground crews waren op weg naar Grimbergen begroet door een uitzinnige menigte. De nabijheid van de pas bevrijde hoofdstad maakte een verblijf in Grimbergen natuurlijk zeer interessant. Aanvankelijk sliepen de militairen in tentjes maar algauw betrokken ze huizen en kastelen waar eerder Duisters comfortabel hadden gelogeerd.

In september 1944 hadden de Duitsers zich nog lang niet gewonnen gegeven. Tijdens de eerste opdracht van 19 Sqn op 9 september werden de Mustangs door luchtafweer onder vuur genomen. De Mustangs van W/O M.H. Bell (FX887) en F/Sgt W.G. Abbott (FB148) gingen verloren. Abbott kwam om tijdens het luchtgevecht. Bell werd gevangen genomen, overgedragen aan de bezetter en geëxecuteerd. 122 Wing steunde vanaf midden tot eind september 1944 vanop Grimbergen vooral de operatie Market Garden.

Bibby naar Grimbergen
F/O Colin Osborne Bibby was in september 1944 een van de piloten van 19 Sqn. Bibby startte in augustus 1942 met de Elementary Flying Training School (EFTS) (Ansty, nabij Coventry, UK) op DH.82A Tiger Moth. Vandaar ging het naar Saskatoon en Calgary in Canada voor verdere opleiding op Tiger Moth en Service Flying Training School (SFTS) op Harvard. Terug in de UK vloog Bibby vanaf augustus 1943 bij een Advanced Flying unit (AFU) met toestellen als de Anson en Master, vanaf december 1943 bij een Ferry Pool van Air Transport Auxilliary (ATA) met ondermeer Anson, Beaufighter en Oxford. In maart 1944 volgde de Operational Training Unit (OTU) op Spitfire I en II en in juni 1944 Tactical Excercise Unit (TEU) op Huricane II en IV. Vanaf juni 1944 begonnen zijn vluchten op Mustang III. Vanaf 14 augustus 1944 vloog hij met Mustang III bij de 83 Ground Support Unit (GSU), een flexibele eenheid van piloten en vliegtuigen die ingezet werden bij eenheden die na D-day door Europa trokken. Bibby vloog er 17 uur en 20  minuten met Mustang III alvorens op 14 september 1944 overgeplaatst te worden naar 19 Sqn in Grimbergen.

Colin Bibby in de cockpit van een Harvard, gefotografeerd tussen februari en mei 1943 in de Service Flying Training School in Calgary (Alberta, Canada). (Archief Simon Bibby)

Volgens mijn kopieën van het 19 Sqn Operations Record Book (ORB) maakte Bibby op 16 september 1944 zijn eerste oorlogsvlucht vanop Grimbergen met de Mustang SR435, toen werd geen contact gemaakt met de vijand. Al op zijn tweede vlucht vanop Grimbergen ging het mis.

Failed to return
Op 18 september waren de piloten al vroeg uit de veren. Ze hadden om 6 uur moeten opstijgen maar het weer was te slecht. Om 07.23 uur konden vier toestellen opstijgen om het weer te verkennen in de regio rond Arnhem. Tegen de middag aan begon de meteo te verbeteren. Samen met elf andere Mustang III’s steeg Bibby op 18 september 1944 om 11.50 uur op richting Arnhem. Hun Mustang III had een 1.520 pk Packard Merlin-motor met een vierbladige schroef en was ook uitgerust met de achterwaarts openende Malcolm-canopy die de piloot een formidabel uitzicht bood.

Volgens het Squadron dagboek werden ze boven Arnhem aangevallen door 12 Fw 190’s. De Duitse piloten hadden de opdracht gekregen om transport- en zweefvliegtuigen met de hoogste prioriteit aan te vallen. In het ORB lezen we: ‘’ … at 11.50 hours the Sqn was airborne on a patrol of the Arnhem area. Nos 1 and 2, White Section lost the squadron over base so F/O Scott flew a northerly course intending to strike east over Rotterdam and join the Squadron in the Arnhem area. However just south east of Rotterdam he and his nr 2 were bounced by twelve Fw 190s and with regret we record that F/O C.O. Bibby was a victim of the blasted Hun. Flying Officer Scott, by turns tight and otherwise, clouds and what have you, returned safely to base but his aircraft was Cat B.  ….  F/O Bibby failed to return. “

CO Bibby Pilot Log Book_Laatste bladzijde uit het logbook van F/O Colin Bibby. (Simon Bibby via Air Force Museum Hendon)

De Mustang III FZ195 QV-K van F/O Bibby werd neergehaald door de zeer ervaren Lt Gerhard Vogt van 5./JG26. Een nieuwkomer als Bibby moet in de lucht vrijwel kansloos geweest zijn tegenover Vogt. Staffelkapitän Vogt had 48 overwinningen op zijn palmares toen hij op 14 januari 1945 zelf met zijn Fw 190D-9 ten zuidoosten van Köln werd neergehaald door een Mustang P-51D van 78 Fighter Group. Vogt kwam daarbij om het leven.

Bibby werd getroffen om 12.35 uur. Hij kon zijn toestel op 12.000 voet verlaten met zijn parachute maar zijn rechterschouder werd daarbij zwaar gekwetst. Al in 1990 deed de Nederlandse researcher Cyril van Beers onderzoek naar de crash. Hij vond ondermeer een getuigenis in een lokaal dagboek: “18 september. Heen en weer vliegende jagers. ’s Middags om 2.30 uur (!) kwamen er weer luchtlandingstroepen, vliegend op een hoogte van 500 tot 3.000 m vliegend in groepen van 30, 50 à 100 machines allen weer met ’n zweefvliegtuig, grotendeels door twee- en viermotorige vliegtuigen. ’s Avonds kwamen er nog zeer laag vliegende dubbelstaartige vliegtuigen (viermotorige) waarbij van alle nationaliteiten aan Engelse zijde, ook Nederlandse. ’s Middags om 2.30 uur (!) ontstond er een luchtgevecht met Engelse en Duitse jagers, waarbij ’n Engelse jager het slachtoffer en brullend omlaag stortend (type Mustang).  Kwamen van Loon op Zand. De jager viel op ’t landgoed van C. Leyten, en de piloot landde veilig in moffen zijn handen, aan de Kanaaldijk aan de kant van Thijsse.” Volgens informatie van Cyril kwam het toestel neer in de Gesworen Hoek aan de Moerse Dreef, nabij het Wilhelminakanaal, 9 km ten noordwesten van het centrum van Tilburg. De Mustang brandde volledig uit en wat ervan overbleef werd geruimd. 

Krijgsgevangen
Op de grond werd Bibby al snel gevangen genomen en naar een boerderij gebracht om wat te bekomen met een koude koffie. Hij kreeg er ook de eerste zorgen toegediend. Vandaar ging het rond 16 uur met een BMW sidecar naar Tilburg, naar een plaats waar veel pantsers stonden. Er volgde een eerste ondervraging. Met een Ford brachten de Duitsers hem dan naar een verlaten hospitaal waar hij een Amerikaanse piloot zag. De dag daarna volgde zijn overbrenging naar een hospitaal in Utrecht waar hij op de vloer de nacht doorbracht. Vier dagen na zijn parachutesprong wordt zijn schouder door de dokters behandeld. Hoewel Colin Bibby zwaar gewond was heeft hij na de oorlog nooit hinder ondervonden van zijn schouder. Zijn zoon Simon zegt daarover: ”We moeten bekennen dat hij in het Nederlandse ziekenhuis zeer goed werd behandeld. Het is een geluk geweest dat mijn vader door een deskundig chirurg is behandeld. Hij vertelde mij hoe hij na zijn behandeling probeerde te vluchten maar eens op straat hebben leden van de Hitlerjeugd hem al snel aan de autoriteiten overgedragen. Zijn ondervraging was niet van de poes. Een Duitse militair pakte hem voortdurend hardhandig aan, zijn collega nam dan over en bood vriendelijk sigaretten en drank aan. Die tweede man stelde hem ook allerlei vragen die mijn vader nooit heeft beantwoord.”

Na wat hersteld te zijn bracht men Bibby op 25 september naar Appeldoorn waar hij op een trein terecht kwam naar het transitkamp Dulag Luft (Durchgangslager der Luftwaffe) Oberursel.  Oberursel is een stad in de Duitse deelstaat Hessen, 20 km ten noodwesten van Frankfurt. Onderweg werd de trein meermaals aangevallen door Spitfires. Het transitkamp voor Air Force krijgsgevangenen was gevestigd op een voormalige boerderij en werd tijdens WOII stevig uitgebreid. Bibby kwam er aan op 1 oktober 1944 en ook daar volgden verschillende ondervragingen.

Op 15 oktober volgde de overbrenging naar Stalag Luft1 (Mannschaftsstamm- und Straflager, www.merkki.com/index.htm) in Barth, ongeveer 1.200 km van de plaats waar hij met zijn Mustang was neergekomen. Barth, een stad van nu 8.000 inwoners, ligt 80 km ten noordoosten van Rostock, aan de Baltische Zee. Hij kwam er aan op 20 oktober om 8 uur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen hier bijna 9.000 krijgsgevangen geallieerde bemanningsleden terecht waaronder 1.351 leden van de Royal Air Force. Tijdens zijn verblijf in de Stalag maakte Bibby heel wat unieke nota’s en tekeningen die nu, samen met zijn andere vliegdocumenten, bewaard worden in het Royal Air Force Museum in Hendon. Op 30 november 1944 vierde hij in het krijgsgevangenkamp zijn 21ste verjaardag. Op 11 april 1945 kreeg Bibby in Barth zijn eerste brief van het thuisfront. Russische troepen openden de poorten van de Stalag op 1 mei 1945, Bibby was terug een vrij man.

Bladzijde uit het Stalag-dagboek van Colin Bibby. (Simon Bibby via Air Force Museum Hendon)

Microlight
Simon: “Voor de oorlog woonde mijn vader in Sheffield (South-Yorkshire, centraal noord-Engeland). Hij ging eerst naar school in York en studeerde economie aan de universiteit van Cambridge. Na de oorlog keerde hij terug naar Sheffield waar hij huwde met mijn moeder. Thuis waren we met drie kinderen: Angela, Susan en ikzelf. Vader was notaris in Sheffield, moeder deed vrijwilligerswerk. Mijn  moeder en vader hielpen een centrum voor palliatieve zorg uitbouwen Ons gezin ging in Grindleford wonen, 20 km ten zuidwesten van Sheffield. Mijn vader vloog nog als sportpiloot (PPL) vanop een vliegveld nabij Sheffield. Hij was ondermeer lid van de Shuttleworth Veteran Aeroplane Society op het vliegveld van Old Warden (www.shuttleworth.org/shuttleworth-collection/svas.asp) en ik herinner mij nog beeldig hoe ik met mijn vader meermaals het vliegveld bezocht. Hij bouwde verschillende wagens en ook een dubbeldekker microlight die pas na zijn dood een eerste vlucht heeft gemaakt. Het is eigenlijk verbazend dat we nooit naar Grimbergen zijn gevlogen. ’t Is spijtig dat ik deze trip niet met mijn vader heb kunnen maken. Hij overleed in september 1985. “

William ‘Bill’Dolan, Carmel Dolan, Simon Bibby, René Van Campenhout en Chaterine Zuber voor het torengebouw van Recreatief Vliegveld Grimbergen. (Foto Frans Van Humbeek)

Voor Simon en zijn familie was het bezoek aan Grimbergen een emotioneel moment, een terugkeer naar het oorlogsverleden van zijn vader. Simon bezocht Grimbergen samen met zijn echtgenote Carmel Dolan, zijn schoonvader William ‘Bill’Dolan en nicht Chaterine Zuber. Catherine woont in New York en is er kostuumontwerpster voor filmstudio’s. Ook voor oorlogsfilms had ze al gewerkt, haar interesse voor historisch onderzoek kwam overduidelijk tot uiting tijdens dit bezoek. Aanvankelijk wilde het aangename gezelschap een herdenkingsvlucht maken van Grimbergen naar Tilburg maar de weersomstandigheden beslisten daar anders over. René Van Campenhout, voorzitter van het Recreatief Vliegveld Grimbergen, was zo vriendelijk om Simon, Bill en Carmel een lokale vlucht aan te bieden in de Cessna 172SP Skyhawk D-ELFB van Vliegclub Grimbergen.

Na het bezoek aan Grimbergen vertrok het viertal naar de Somme waar de grootvader van Simon, James Victor Bibby, onderscheiden met de Distinguished Service Order, tijdens de Groote Oorlog had gestreden. Na zijn herdenkingstoer dankte Simon de Grimbergse piloot nog uitdrukkelijk voor de aangeboden vlucht. Als blijk van waardering deed Simon een storting op naam van een liefdadigheidsinstelling. Typisch Brits, Colin Bibby indachtig.
 
Bronnen:
Fighter Squadron, Derek Palmer, Self Publishing Association, Worcestershire, 1990
JG26 War Diaries, volume II, Donald Caldwell, Grub Street, London, 1998
Fighter Command Losses III
Royal Air Force Museum Hendon
Ik dank uitdrukkelijk Cyril van Beers voor het ter beschikking stellen van zijn uitgebreid onderzoek over F/O Bibby. Ook Simon Bibby en zijn familie ben ik dank verschuldigd.

Frans Van Humbeek