-A A +A

Belgisch Kampioenschap Zweefvliegen 2009

Saint-Hubert, 4 juni 2009. Van 30 mei tot 6 juni 2009 had op het vliegveld van Saint-Hubert (EBSH) het Belgisch Kampioenschap Zweefvliegen plaats. Hangar Flying ging tijdens de vijfde wedstrijddag de sfeer opsnuiven. 

In de Ardense bossen
Het vliegveld van Saint-Hubert werd door Kap Vl José Orta opgericht. In 1929 stonden er drie loodsen, een radiopost (TSF) en een meteorologisch station. Orta had er een vliegschool. Hij organiseerde er ook het onderhoud en de herstelling van vliegtuigen, alsook de constructie van een sportvliegtuig, de hoogdekker en tweezitter “Saint-Hubert”. Alleen al door zijn ligging is het vliegveld een bezoek best waard. Het terrein van 110 ha ligt op een hoogte van 563 meter en is daarmee het hoogst gelegen burgervliegveld van België. In het hart van de Ardense bossen liggen twee grasbanen (14/32 845 m, 23/05 600 m).

Persattaché Marc Bombaert (CNVV) : “Saint-Hubert is nog altijd het mekka van de Belgische zweefvliegsport. De belangrijkste troef is het vrij open luchtruim. Het nabijgelegen militaire vliegveld EBSU met de 2600 meter lange betonnen baan 07/25 wordt slechts zelden gebruikt. Saint-Hubert is een vliegveld dat vooral geliefd is bij zweefvliegpiloten die zich verder willen vervolmaken en meer ervaring willen opdoen”.

De eerste briefing
Het Belgisch Kampioenschap Zweefvliegen is tevens de kwalificatie voor het Europees en het Wereldkampioenschap en dus de belangrijkste zweefvliegwedstrijd van het jaar. De wedstrijd telt ook mee voor het klassement van de Beker Van Vlaanderen die op 21 mei in Weelde is gestart en waarvan de laatste wedstrijd wordt gevlogen op 9 augustus in Keiheuvel. Sedert de eerste federalisatiegolf leiden de Vlaamse en Waalse zweefvliegfederaties elk hun eigen bestaan. Er heerst absoluut geen rivaliteit tussen de Vlaamse en Waalse zweefvliegers. Op Saint-Hubert verliep de samenwerking optimaal.

De briefing in de lokalen van het Nationaal Zweefvliegcentrum.

Om 10 uur worden de piloten verwelkomd op een eerste briefing. Dagelijks wordt “Clear Sky” uitgegeven, het dagblad van het Belgisch zweefvliegkampioenschap. Wedstrijddirecteur Philip van Ishoven maakt de resultaten van gisteren bekend en Michel Pihard gaat verder met de evaluatie van de vorige wedstrijddag. Buiten een ree die nogal dromerig het vliegveld had overgestoken waren er geen anomalieën te melden. Belgocontrol zorgt dagelijks voor een meteobriefing op maat van de zweefvliegers. Voor vandaag wordt een maximumtemperatuur van 13°C gemeld. Op 4.400 voet is het 0°C, de piloten zullen antivries in hun waterballast gieten. Baan 32 wordt gebruikt voor de start. Elke ochtend is, na de briefing van de deelnemers, ook een briefing van de slepers voorzien. Circuits en loskoppelzones worden dan besproken.

Twee sleepvliegtuigen kwamen uit Nederland. (http://luchtreclame.org)

Traject
Dankzij een verdeling in twee wedstrijdcategorieën en een puntensysteem met een handicapfactor kunnen piloten met minder geavanceerde vliegtuigen het opnemen tegen piloten met topvliegtuigen. Dat is een wedstrijdformule die aansluit bij het democratisch karakter van de zweefvliegsport. In de praktijk staan hier allemaal moderne toestellen aan de startlijn. Afhankelijk van de weersgesteldheid en het beschikbare luchtruim wordt dagelijks een traject uitgezet dat de deelnemers in een zo kort mogelijke tijd moeten vliegen. Vandaag is de afstand die moet afgelegd worden erg beperkt, het weer valt niet te best mee. De open klasse krijgt een parcours van 170 km en de 15 meterklasse eentje van 150 km. De keerpunten worden vastgelegd door GPS-coördinaten. Via de GPS-apparatuur aan boord van de zwever kan nagegaan worden of de piloot wel aan het keerpunt is gepasseerd. Spannend, want pas na de landing worden ook de handicapfactoren in rekening gebracht.

Airspace Manager Philippe Kamp neemt Hangar Flying mee in een Scheibe Falke. Vanuit de lucht aanschouwen we het ballet van de zweefvliegers.

Vandaag zijn er zeventien deelnemers in de open categorie en elf in deze met een vleugelspanwijdte minder of gelijk aan vijftien meter. Alhoewel het kampioenschap ook open staat voor buitenlanders, doet er buiten de Belgen slechts een Nederlander mee. Op een vooraf bepaalde tijd voor het uur van opstijgen (Expected Take Off Time, ETO), moeten de piloten en hun vliegtuigen klaarstaan in een grid. De grid verandert dagelijks zodat niemand kan spreken van favoritisme tijdens het toekennen van de startplaatsen.

De zweefvliegtuigen staan voor de drempel van baan 32 klaar in een grid.

Vertrek
Voor de zwevers worden opgetrokken gaat een ervaren zweefvlieger het luchtruim verkennen, vandaag is Hugo Paepe de zogenaamde sniffer. Eens opgestegen verzamelen de zwevers zich in een vooraf bepaald stuk luchtruim. De wedstrijdleiding geeft een signaal waarna ze dit luchtruim mogen verlaten om hun wedstrijdparcours af te leggen. In het zweversjargon zegt men dat de deur wordt opengezet.

Als sleepvliegtuigen staan drie Piper Pawnees (OO-VOV, PH-BEY en PH-OMA) en een Maule Super Rocket(OO-ROC) klaar. De 28 zwevers moeten binnen de 45 minuten tot op een hoogte van 600 meter gebracht worden.

Om 15 uur precies beginnen de zwevers op te stijgen. De start geeft spectaculaire beelden. Philip Van Ishoven coördineert de vertrekken op een magistrale manier. Dankzij een koptelefoon kan hij als “chef de piste” alle communicatie ongestoord volgen, ook als hij naast de draaiende motoren van de slepers staat. Philip geeft duidelijk aan welke trekkers welk zweefvliegtuig moeten ophalen en op welke rij die geparkeerd staan. Daarenboven moet hij perfect rekening houden met de veiligheid op het terrein. Zwevers lossen ballast tijdens het opstijgen en al na enkele minuten zoeken een zestal toestellen sierlijk de thermiek op.

Wedstrijddirecteur Philip Van Ishoven maakte als twaalfjarige op Deurne zijn eerste solovlucht. De zwever was een Grunau van de zweefvliegclub De Meeuw. Twaalf jaar vaarde hij met luchtballons. Nu is Philip instructeur bij de CNVV en de Luchtcadetten. Philip: ”Men vraagt mij regelmatig om mee te vliegen met een motorvliegtuig. Als ik dan later uitstap, besef ik telkens dat niets boven een zweefvliegtuig gaat. Om optimaal van het luchtruim te genieten is het lawaai van een vliegtuigmotor er echt teveel aan”.

Controle
Als ik praat over wedstrijdparcours waar je als piloot foto’s moet nemen om te bewijzen dat je wel degelijk over het keerpunt bent gevlogen, beginnen enkele piloten te grijnslachen. Sinds de uitvinding van de GSM en de GPS is ook het zweefvliegen inderdaad erg veranderd. Bij een buitenlanding, in het jargon “une vache”, hoeft de piloot maar zijn gsm boven te halen om de collega’s te verwittigen. Dankzij hun “logger” kunnen ze zelf hun vertrek uit het wachtcircuit bepalen, zonder dat het een nadelig effect heeft op hun eindrangschikking. De logger begint pas te lopen nadat de fictieve startlijn is overschreden. Een logger registreert om de vijf seconden enkele waarden zoals de GPS-coördinaten, de tijd, hoogte en vibraties. Aan de vibraties ziet de wedstrijdleiding of een hulpmotor werd gebruikt.

Voorbeeld van een wedstrijdtraject voor de open klasse. (via Pablo Severin)

Ik observeer hoe de wedstrijdleiding na de vlucht alle mogelijke informatie kan opvragen zoals tijden, schendingen van een restricted airspace,enz. Het SeeYou-programma kan zelfs een driedimensionaal beeld van de vlucht oproepen. SeeYou gaat automatisch strafpunten toekennen, rekening houden met handicaps, enz. Pablo Severin is de “Chief Scorer” die op de grond het programma beheert.

Pablo Severin is al zestien jaar Chief Scorer. Hij is zelf geen piloot en geen lid van een zweefclub, dat maakt hem bijzonder onpartijdig. Pablo past erg strikt de FAI-regels toe. 
Luchtfoto van de grid, genomen vanuit de Scheibe SF.25F Falke OO-MVF. Een eerste zwever wordt opgetrokken, drie andere slepers wachten op een signaal van de wedstrijddirecteur. Op de achtergrond de loodsen en controletoren.

Gemoedelijk
Het zweefvliegen is een familiale sport. De kinderen van enkele ouders die jaren geleden meededen aan zweefvliegkampioenschappen zijn nu zelf als deelnemende piloten ingeschreven. Ze kregen de mooie sport met de paplepel ingelepeld. Een van de toeschouwers is Georgette “Geogeo” Litt. Haar zoon Manu Litt doet mee aan het kampioenschap en is ook chef piloot van het CNVV. Geogeo is 77 en nog altijd zweefvliegpiloot. Ze geeft graag toe dat ze nu altijd een copiloot probeert mee te nemen. Sinds 1979 deed ze maar liefst tien keer mee aan de Europese zweefvliegkampioenschap voor vrouwen. In 1983 haalde ze brons in Saint-Hubert, in 1985 won ze zilver in het Joegoslavische Subotica. In 1976 werd ze Belgisch kampioen, voor alle deelnemende mannen. Een dag na ons bezoek werd haar zoon Manu verdiend Belgisch kampioen in de 15 meterklasse, de opvolging is dus verzekerd.

Georgette “Geogeo” Litt (rechts) startte haar zweefvliegcarrière in 1950 bij de Royal Verviers Aviation Club, daar is ze nog altijd lid van. Je ontmoet ze altijd samen met Gill Van den Broeck, zelf zweefvliegpiloot sinds 1954. Gill is auteur van het boek “History of International Gliding Contests European and World Championships for Women” . 

En de winnaar is …

  Open klasse   15 meter klasse

1

 Yves Jeanmotte (ACA)

1

 Manu Litt (CNVV)

2

 Olivier Brialmont (ACUL)

2

 Dennis Huybreckx (ACK)

3

 Wim Akkermans (West Brabantse Aero Club)

3

 Jean-Luc Colson (ACA)

4

 Patrick Stouffs (ACA)

4

 Tijl Schmelzer (ACK)

5

 Larry Natowitz (RVA)

5

 Michael Jeanmotte (ACA)

6

 Jeff Kell (ACK)

6

 José Jaime (RVA)

7

 Pascal Hanssens (CAPVV)

7

 Sébastien Mercier (ACUL)

8

 Yves Ruymen (DE WOUW)

8

 Emiel De Wachter (ACK)

9

 Jean-Claude Hotton (CEVV)

9

 Tim Huybreckx (ACK)

10

 Bernard Denoncin (ACA)

10

 Bert Jr. Schmelzer (ACK)

11

 Bert Wijs (KAC)

11

 Eddy De Coninck (KAC)

12

 Bruno Pieraerts (ACA)

12

 Olivier Sevrin (CNVV)

 

 

13

 Alain Charlier (ACUL)

 

 

14

 Julien Henry (ACA)

 

 

15

 Koen Vanderputten (VZP)

Frans Van Humbeek