-A A +A

Een toren in Poperinge

Poperinge, 6 mei 2009. Mijn verhaal begint bij een van mijn bezoeken aan “In de Vrede”, het eetcafé in de schaduw van de Sint-Sixtusabdij, de beste plaats om te genieten van de heerlijke trappist van Westvleteren. Op de terugweg reed ik via Poperinge langs de Westvleterseweg en daar zag ik een opmerkelijke toren staan. Volgens de buren ging het om een verkeerstoren van een vliegveld uit de Tweede Wereldoorlog. Dat is ruimschoots voldoende om de interesse van Hangar Flying te wekken. Willy Tillie, voorzitter van de heemkring “Aan de Schreve” (http://users.telenet.be/aandeschreve/) bracht mij in contact met Christiaan Depoorter. Samen met Christiaan maakte Hangar Flying een interessante wandeling in Poperinge.

Aanleg
“Der Flügplatz Peselhoek” was gelegen tussen de Westvleterseweg en de Poperingevaart, ten noordoosten van de stad Poperinge, en was ongeveer 125 ha groot. Met de aanleg zou begonnen zijn in augustus 1940. De landbouwers moesten hun velden afstaan en Duitse jongeren begonnen met het nivelleren van de landbouwgrond. Daarna begon de bezetter ook vakmensen op te eisen. In de Eerste Wereldoorlog lag in dezelfde buurt ook een vliegveld, tussen de Poperingevaart en de Elverdingsesteenweg.

Aan de Westkant van de Westvleterseweg ligt een betonnen strook in het veld. Die moest dienen om het dak van een vliegtuigloods te verankeren. Vermoedelijk zijn de werken hier stopgezet omdat deze plaats te ver van het eigenlijke vliegveld verwijderd was. Bouwmaterialen werden aangevoerd met een stoomtram. De bezetter had een aftakking gemaakt van de gewone spoorlijn. De dwarsbalken werden gewoon op de weg gelegd en dus niet ingegraven. Na anderhalf jaar werd dit deel terug opgebroken.

Toren
Eigenaardig genoeg is de plaats van de toren niet de plaats van het vliegveld, dat lag immers aan de andere kant van de Westvleterseweg. We merken echter dat men van op de toren alle plaatsen van het veld perfect kon observeren. Uiteraard is er nu bebouwing en begroeiing gekomen die het zicht op sommige plekken beperkt.

De merkwaardige toren met afgeronde hoeken en plaats voor metalen luiken die de vensters en schietgaten afschermen.

Bij de toren stond een barak, die werd na de bevrijding deskundig geplunderd. Ook de toren werd leeggehaald. Het verhaal doet de ronde dat onderaan de dorpsbewoners de palen al aan het doorzagen waren toen er bovenaan nog mensen opzaten. De ijzeren trap die nu in de toren staat, verbindt het gelijkvloers met het dak. Hij is te onveilig om te beklimmen. De trap werd geplaatst in de periode van de koude oorlog. De toren werd van juli 1951 tot eind 1957 in dienst genomen en regelmatig bemand door de Territoriale Wacht voor Luchtafweer. Daarna werd de constructie afgesloten door een metalen deur.

Infrastructuur
Aan de hoeve Lebbe, nabij de Woestenseweg, herkennen we de voorgevel van een boogvormige vliegtuigloods. Het dak en de achterste muur van de “Reparations-Halle” zijn volledig verdwenen. Volgens de bewoners was de houten dakconstructie bedekt met asfaltpapier. Tegen de gevel van de Duitse vliegtuigstalling is nu een landbouwloods gebouwd. De originele schouw staat er nog en de kleine gebouwen aan de voorgevel zijn nu bewoond. Daarin moet vroeger de verwarming gestaan hebben.

Vooraan de gevel van een vliegtuigloods, daarachter staat een nieuw gebouwde loods.

Raphaël Gesquiere is tijdens de oorlogsjaren altijd op zijn boerderij “Steeoever” blijven wonen. De bewoners hadden wel een doorgangspasje nodig van de bezetter. Met Raphaël lopen we door zijn weiland naar de overblijfselen van de schietstand. Achter de schietstand lag vroeger een hoop grond maar die werd verwijderd. Onderweg komen we ook plaatsen tegen waar barakken voor personeel hebben gestaan. Er werd een vernuftig systeem van waterbevoorrading aangelegd. Raphaël opent een van de ronde waterputten, de metsers leverden vakwerk. Bij de put stond nog een kleine barak als bescherming voor een elektrische pomp. De putten worden nu nog gebruikt voor het drinkwater van het vee.

Raphaël bij een rail van de schietstand, vol kogelgaten. Daarop werden de doelen voortgetrokken.

Vleterbeek
In de Vleterbeek liggen stukken beton die nog behoorden tot de elektriciteitscabine. Op het vliegveld was inderdaad elektriciteit voorhanden. Voor de omwonenden was dat revolutionair want buiten de bebouwde kom van Poperinge werd pas in 1947 elektriciteit aangelegd. Een van de verkiezingsbeloftes van na de Tweede Wereldoorlog was algemene stroomvoorziening, ook voor het platteland. In de Vleterbeek ontdekken we ook de resten van een merkwaardig sluizensysteem dat moest zorgen voor een permanente waterbevoorrading. Op een nabijgelegen boerderij is nog een klein mechanisme bewaard voor de bediening van de sluizen. Er was zelfs een waterzuiveringsinstallatie. Het water liet men door bezinkselputten vloeien en door speciale steenlagen. Onder de begroeiing van de dijk zouden nog Duitse inscripties in het beton zijn gegraveerd.

De vroegere Poperingevaart is nu de Vleterbeek. Vroeger was er op de oevers nog een weg voor paarden die de schepen voorttrokken. We merken nu nog de Duitse versterkingen op de plaats waar de sluizen hebben gestaan.

Nabij de Vleterbeek stonden een achttal abri’s, enkele daarvan zijn nog goed bewaard. Er zijn plannen om hier een wachtbekken te bouwen. Verschillende landbouwers zijn al onteigend. De kans is dus reëel dat deze resten uit de Tweede Wereldoorlog binnenkort zullen afgebroken worden.

Op het vliegveld werden verschillende wegen aangelegd, o.a. een ringweg die de verdedigingsstellingen verbond. De steenslag kwam van het vernielde dorp Berten, in de Franse Westhoek. Met paard en kar kwamen landbouwers helpen om de infrastructuur van het vliegveld aan te leggen. In nabijgelegen hoeven vinden we oefengranaten in hout en een toestel waarmee het stro in de grond werd gestoken voor de drainage van het veld. Op 6 maart 1941 vroeg de stad Poperinge aan de Bauleitung om de steenbakkerijen vrij te geven. De stenen waren niet meer vereist voor de aanleg van het vliegveld, de burgers hadden ze terug nodig.

Verschillende abri’s aan de oever van de Vleterbeek zijn nog bewaard gebleven. Ze waren door een weg met elkaar verbonden. Achteraan de torens van Poperinge.
Een goed bewaarde ingang van het vliegveld. V.l.n.r. : Frans Van Humbeek, gids Christiaan Depoorter en landbouwer Raphaël Gesquiere. Achteraan enkele bewonderaars van onze research.

Nadat het terrein eind 1941 door de Duitsers als vliegveld werd afgeschreven, werd het gebruikt als een grote groentetuin. Franse ossen werden gebruikt om het veld te bewerken. Een van de boeren uit Poperinge toonde ons het speciale beslag van de dieren.

Verplaats Zaventem!
Ondertussen vertelt onze gids een pittig verhaal over graaf Henri d'Udekem d'Acoz, gewezen burgemeester van Poperinge en oom van prinses Mathilde. Christiaan : “Sommigen noemen hem hier “nonkel Henri”, maar altijd met veel respect hoor ! Op een dag was hier een informatievergadering waar ondermeer de luchthaven van Zaventem en de problematiek van de geluidsklachten in de Brusselse randgemeenten aan bod kwamen. Een van de aanwezigen in het zaaltje stond op en zei : “Nonkel Henri, laat ons West-Vlamingen dat probleem oplossen en Zaventem overbrengen naar Poperinge. Een verkeerstoren hebben we hier al.” Waarop nonkel Henri wat twijfelachtig knikte. Nonkel Henri kent zijn pappenheimers.” 

De gemetste waterputten worden nog altijd door de landbouwers gebruikt.

Vast staat dat Poperinge meer was dan een schijnvliegveld, daarvoor was de infrastructuur te degelijk. Dat het nooit een belangrijke en actieve rol heeft vervuld tijdens de Tweede Wereldoorlog staat ook vast. De lokale historici blijven zoeken naar antwoorden op hun vragen. Welke concrete plannen had de Duitse bezetter met Poperinge? Uw reacties blijven welkom via willy.tillie@telenet.be

Bron: “Het vliegveld van Poperinge tijdens de Tweede Wereldoorlog” van auteur R. De Gersem.


Frans Van Humbeek
Foto’s: Paul Van Caesbroeck