-A A +A

Valenciennes in zweefvlucht

Valenciennes, 6 oktober 2007.  Onder een stralende herfstzon komt het vliegveld van Valenciennes (LFAV) stilaan tot leven. Piloten komen aangereden, zwevers worden uit de loods gehaald en andere worden door hun eigenaars vakkundig in elkaar gezet, klaar voor de vlucht.

  OO-ZMN wordt uit de gloednieuwe hangar van de Kortrijk Flying Club gehaald. De hangar werd op 15 april 2007 officieel ingehuldigd. De loods biedt momenteel plaats aan een achttal zwevers, het sleepvliegtuig en het rollend materieel van de club.

370 uren en 4 vliegvelden later
Eén van de toestellen die uit de hangar van de Kortrijk Flying Club (KFC) gerold wordt, is de Scheibe SF 27A Zugvogel OO-ZMN van Jorn Hanssens, de man die me heeft uitgenodigd voor dit bezoekje. Jorn kwam voor het eerst in contact met de zweefvliegerij door een Bloso kamp in 1979. Sindsdien heeft hij ongeveer 290 uren solo en 80 uren met instructeur vergaard. Na enkele omzwervingen via de vliegvelden van Aalst, Wevelgem en Amougies is hij uiteindelijk in Valenciennes terecht gekomen, samen met de rest van de zweefsectie van de KFC. De motorsectie van de KFC is nog altijd actief vanop het vliegveld van Wevelgem en de zweefsectie heeft er een hangar ter beschikking voor het onderhoud en de opslag van haar toestellen in de maanden dat er niet gevlogen wordt. Na een tragisch ongeval in 1999, waarbij een zwever en een sleper betrokken waren, moest de zweefsectie noodgedwongen een andere thuisbasis zoeken. Men dacht dat het vliegveld van Amougies de oplossing zou zijn, maar in 2005 moest men weer op zoek naar een nieuw veld door protest van omwonenden. Het protest was in de eerste plaats gericht tegen de ULM’s die actief waren op Amougies, maar de zwevers deelden mee in de klappen.

Het vliegveld beschikt over twee graspistes (11/29 en 07/25) en een geasfalteerde 11/29 baan. De 11/29 graspiste wordt bij voorkeur gebruikt door zwevers terwijl de 07/25 voornamelijk door ULM’s gebruikt wordt.  De sleper brengt je tot op een hoogte van 500 meter, dan wiebelt hij met zijn vleugels. Voor de zweefpiloot is dit het teken om de sleepkabel los te gooien. Op dagen met weinig thermiek is het ook mogelijk om tot 1000 meter gesleept te worden.

Zweefvliegen in België
De Liga van Vlaamse Zweefvliegclubs telt momenteel dertien aangesloten clubs, goed voor ongeveer 730 zweefpiloten. Bij de Fédération des Clubs Francophones de Vol à Voile zijn negen zweefclubs aangesloten die samen ongeveer 650 piloten tellen. Wanneer we de geografische spreiding bekijken van de vliegvelden waar de Belgische zweefclubs actief zijn, dan merken we dat in de provincies Oost- en West-Vlaanderen enkel het vliegveld van Overboelare (Geraardsbergen) nog voor de zweefvliegerij gebruikt wordt. Dit maakt meteen duidelijk waarom een Vlaamse zweefclub uitgeweken is naar Valenciennes. Tegelijk wijst dit ook op enkele van de problemen waar de beoefenaars van deze sporttak mee geconfronteerd worden.

Na elke vlucht moet het papierwerk ingevuld worden. Hierbij moet ook het ‘startticket’ geplakt worden. Het startticket is de vergoeding die je moet betalen voor de sleper om je tot 500 of 1000 meter te brengen. Je hebt aparte starttickets voor solovluchten of duo-vluchten. Duo-vluchten zijn uiteraard duurder. 
Van Duitse efficiëntie gesproken: zelfs een zwever uit de jaren ’60 kan vrij gemakkelijk gedemonteerd en op een aanhangwagen geplaatst worden. Met een paar helpende handen van collega-piloten is deze klus zo geklaard. Het zweven is en blijft een teamsport.

Een eerste punt betreft de overlastproblematiek op en rond de vliegvelden. Onveiligheid en geluidsoverlast worden vaak aangehaald als beweegredenen voor de sluiting van velden. Veiligheid en minimalisatie van de overlast staan bij de clubs echter centraal. Een tweede punt betreft de ‘vergrijzing’ van de piloten. Door de overvloed aan andere ontspanningsmogelijkheden, de verre afstanden die afgelegd moeten worden doordat er steeds minder vliegvelden gebruikt kunnen worden en de relatief dure basisopleiding (starttickets) vinden steeds minder jonge piloten de weg naar de zweefvliegerij. Een derde pijnpunt betreft de wetgeving op technische keuringen die, onder invloed van de European Aviation Safety Agency  (EASA), vanaf september 2008 op Europees niveau gelijkgeschakeld moet worden. Praktisch houdt dit in dat het Directoraat-generaal Luchtvaart opnieuw ambtenaren ter plaatse zal moeten sturen die toezien op de keuringen terwijl dit tot op heden volledig gedaan werd door de erkende controleurs in de verschillende clubs. De kostprijs van een dergelijke keuring zou daardoor van €17 naar €200 kunnen stijgen.

Jorn Hanssens bij z’n Scheibe SF 27A Zugvogel. Het toestel, Jorns tweede zwever, werd in 1965 gebouwd en is uniek in België.

Vliegen heeft de mens altijd al gefascineerd en waarschijnlijk is de zweefvliegerij het beste alternatief voor ‘echt’ vliegen. De rust eens je boven bent en de harmonie met de natuur werkt aanstekelijk. Je kan de zweefpiloten van de KFC een beetje vergelijken met trekvogels: zoals trekvogels in het Zuiden de warmte opzoeken, zo zoeken de piloten in Valenciennes de warme lucht op die ze nodig hebben voor een mooie vlucht.

Kevin Cleynhens