-A A +A

Een kruis in de Schotse heuvels

Galloway Forest Park, 20 mei 2008. Vanop de luchthaven van Prestwick (Schotland) is het anderhalf uur rijden naar Dundeugh, een dorpje met houten huizen gebouwd voor houtvesters. Vandaar verlaten we de comfortabele wegen. Ons doel is een 808 meter hoge heuvel in de Rhinns of Kells. We hopen er de resten terug te vinden van de op 10 april 1947 gecrashte Douglas C-47B “K-14” (169 Wing, 366 Sqn) van de Belgische Luchtmacht.

  Alvorens de verharde wegen van het Galloway Forest Park te verlaten worden de stafkaarten grondig bestudeerd.

Vandaag zijn de weergoden ons gunstig gezind maar op die fatale donderdag in april ’47 vochten de driekoppige bemanning van de Dakota D896 en de drie passagiers tevergeefs tegen het barre klimaat en de ruige natuur. Kapt Vl Roger Loyen (piloot), Adj Vl André Dierickx (navigator) en Adj Félix Curtis (radio) waren van Evere naar Prestwick vertrokken met een bemanning die er een Oxford moest terugvliegen naar België. De Oxford-crew bestond uit Kapt Vl Olivier Lejeune, Adj Vl Michel Cardon en Adj Vl André Rodrique. De “K14” zou terugkeren met bemanningen van twee andere Dakota’s die ook richting Prestwick waren gevlogen voor een onderhoud bij Scottish Aviation.  

  De Schotse natuur is overweldigend. De Carlin’s Cairn is Galloway’s tweede hoogste heuvel, als ik ’s avonds in mijn bed lig ondervind ik dat vrij pijnlijk aan mijn spieren. David is vertrouwd met de bergen en stapte flink door. De dorst lessen kan je hier in een van de frisse snelstromende beekjes. Een volwassen adder die gestoord werd tijdens het zonnen, deed me toch wel schrikken.

Evere-Prestwick in 1947
In Evere hadden Loyen en de gezagvoerders van de twee andere Dakota’s (Debêche en Henry)  een correcte briefing ontvangen. Er was gewaarschuwd voor het slechte weer. Ten zuiden van Prestwick hing de wolkenbasis op 2000 voet. De meteorologen voorspelden lichte regen en een verminderde zichtbaarheid. Een warm front met nog een lagere wolkenbasis (1200 voet) naderde Prestwick vanuit het noordwesten. Omwille van de lage bewolking werd dan ook een aanvliegroute boven zee aanbevolen.  Debêche zou om 14.20 uur (lokale tijd) in Prestwick kunnen landen (Dakota D413). Henry keerde terug en landde in de kleine havenstad Silloth (Dakota D590). 

Het eerste radiocontact tussen de Dakota D896 –het toestel droeg de kenletters K14 nog niet- en Prestwick had plaats om 13.44 uur. D896 gaf als ETA (Estimated Time of Arrival, vermoedelijke tijd van aankomst) in Prestwick 14.50 uur door. Om 13.54 uur bevond het toestel zich 32 kilometer ten oosten van de geplande route en de bemanning rapporteerde boven Blackpool een vlieghoogte van 2500 voet. Prestwick Control gaf de piloot de opdracht om te stijgen tot  4500 voet en de ontvangst van de oproep werd om 14.02 uur bevestigd. Even nadien gaf D896 een ETA door van 14.35 uur, 15 minuten vroeger dan de voorziene ETA. Als Prestwick Control om 14.20 uur opnieuw de vlieghoogte vraagt, wordt door D896 een vlieghoogte van 2000 voet doorgegeven. Twee minuten later verwittigt Prestwick Contol de piloot van het gevaar van de hoge toppen en vraagt hem om te stijgen naar 4500 voet indien hij niet op zicht kan vliegen.  Dat laatste bericht werd door de bemanning niet meer beantwoord.

Het grootste overblijfsel van de onfortuinlijke Dakota (c/n 26157/14712 USAAF s/n 43-48896) is een vleugelstuk1 van ongeveer 7 meter lang. Een deel zit verborgen onder een laag turf. De deicing aan de aanvalsboord is verrot maar de houder van het landingslicht en de inwendige structuur van de vleugel zijn nog in zeer goede staat.

Het vervroegen van de verwachtte aankomsttijd geeft aan dat de piloot besliste om een kortere route over land te nemen in plaats van de geplande route boven zee. Vermoedelijk heeft Kapt Loyen  gepoogd om de valleien te volgen, dwars door de Rhinns of Kells bergketen, en op zicht te vliegen onder de wolkenbasis. Die route had hij eerder al eens gevolgd. John Carruthers, die in de erg afgelegen Forrest Lodge woonde, zag het vliegtuig enkele ogenblikken voor de crash onder het wolkendek vliegen. Na een plotse stijging van het motorregime hoorde hij een explosie (14.31 uur). Vermoedelijk heeft de piloot pas op het allerlaatste moment de dodelijke helling waargenomen, het maximum stijgvermogen van de Dakota volstond niet om over de 808 meter hoge Carlin’s Cairn te geraken. De Dakota raakte de rotsen van de oostelijke flank van de berg, op ongeveer 100 meter van de top.

Kleinere onderdelen vertonen brandsporen.

Rescue
John Carruthers en zijn broer vertrokken vanuit hun afgelegen huis in de heuvels naar de plaats van het ongeval. Na een voettocht van 11 kilometer, door weer en wind, vonden ze het uit mekaar gespatte vliegtuig en de levenloze lichamen. Eens terug in hun Forrest Lodge werd de politie op de hoogte gebracht van de crash. Die avond moest een eerste reddingsploeg, samengesteld uit politiemensen en enkele vrijwilligers, onverrichter zake terugkeren. ‘s Anderendaags bereikte een RAF-reddingsploeg en de lokale politie de plaats van het ongeval. Met een Amerikaanse legerjeep werden de lichamen van de heuvel gehaald en geborgen in het tijdelijk mortuarium in de Old Hall van Carsphairn.    

Op verschillende onderdelen zijn de letters en cijfers nog goed leesbaar.

Gezagvoerders Debêche en Henry zijn de lichamen gaan identificeren. Ze schreven een eerste ongevallenverslag neer op drie menukaarten van de Terminal Mess van Prestwick. Deze documenten zouden de basis vormen voor het uiteindelijke ongevallenverslag. In april 1947 werd het onderzoek erg gehinderd door het slechte weer en door de steile helling. Er werden echter geen bewijzen gevonden van technische mankementen. De Belgische pers stelde zich naderhand de vraag of er misschien problemen waren met het kompas van het vliegtuig.   

Al in de ongevallenverslagen is melding van uit mekaar gespatte motoren, van de cockpit kon geen heel stuk teruggevonden worden. Er was ook brand uitgebroken. Enkel het achterste deel van het vliegtuig was na de crash nog herkenbaar. (Foto via David Reid)

Op maandagmorgen 14 april 1947 werd in de kapel van Prestwick Airport een eredienst gehouden voor de omgekomen bemanning. Daarna bracht een Dakota de lichamen over naar Evere. De slachtoffers werden er opgebaard in loods III. De afscheidsplechtigheid vond er plaats op 15 april. Ze werd opgedragen door hoofdaalmoezenier Boone en aalmoezeniers Mandervelde,  Willich en Breuillez. Al de gesneuvelden hadden gediend in de RAF.

  In een toonzaal van het Dumfries & Galloway Aviation Museum liggen enkele kleine onderdelen van de Belgische Dakota. Na ons bezoek aan de plaats van de crash kon de collectie verder uitgebreid worden.

Bemanning en passagiers

  • Roger Loyen (°Luik, 2 juli 1916) was commandant van de Transport Conversion Unit (TCU.)  Op 28 november 1935 werd hij toegelaten tot de Koninklijke Militaire School. Tot december 1939 was hij bij de Ardeense Jagers, daarna stapte hij over naar de militaire luchtvaart. Via Lissabon kwam hij op 11 maart 1942 in Groot-Brittannië terecht waar hij dienst nam bij de RAF. Loyen vloog ondermeer in het Transport Command (511Sqn) met Avro York. Onderzoeker Danny Paspont vond het graf van Loyen (“Loyens”)  terug op de Luikse begraafplaats Robermont.  
  • André Dierickx (°Schaarbeek, 6 december 1920) ontvluchtte België in april 1942 en kwam op 13 december  1943 bij de RAF terecht waar hij navigator werd. Voor hij Groot-Brittannië bereikte bracht de man acht harde maanden door in het Spaanse interneringskamp Miranda de Ebro.
  • Félix Curtis (°Namen, 30 oktober 1924) woonde in mei 1940 reeds in Groot-Brittannië. In 1942 nam hij als 18-jarige dienst in de RAF en werd boordschutter en later radio-operator.
  • Olivier Lejeune (°Ukkel, 8 juni 1917) woonde in Oostende. Op 1 juni 1939 vervoegde hij het Belgisch leger om op 23 juni 1940 in Groot-Brittannië aan te komen, op 1 juli nam hij dienst in de RAF. Hij was een piloot van de Battle of Britain en vloog ondermeer in Syrië, Malta en Griekenland. Onderzoeker Paul Sels vond het graf van Lejeune (“Le Jeune”) op de Oostendse begraafplaats aan de Stuiverstraat.  
  • André Rodrique (°Namen, 20 januari 1923) bevond zich op 10 mei 1940 als leerling-officier op het schoolschip Mercator. Het schip veranderde koers naar Kongo waar André dienst nam in de Force Publique. Op 29 januari 1941 stapt hij over naar de South African Air Force. Na het behalen van zijn vergunning als piloot komt hij in Groot-Brittannië terecht (5 november 1943).  Hij huwde op 15 mei 1946 in Engeland met Olivia Priestley. Op 15 april 1947 werd zijn lichaam bijgezet in de familiekelder van de begraafplaats te Chapois, een gehucht van Leignon nabij Ciney. 
  • Michel Cardon (°Brussel, 1 september 1923) ontvluchtte België in 1942. Acht maanden verbleef hij in het Spaanse kamp Miranda de Ebro. Via de Congolese Force Publique kwam hij op 11 november 1944 aan in Engeland, hij werd navigator-bommenwerper.
Met onderdelen van het vliegtuig wordt een kruis gemaakt. We kijken hier naar de laatste vluchtroute van de Dakota. Het toestel volgde de vallei in de Rhinns of Kells alvorens op de plaats van het kruis te pletter te slaan.

Galloway anno 2008
De Carlin’s Cairn ligt 11 kilometer ten noordwesten van Dalry (North Ayrshire) en 5,3 kilometer ten zuidzuidoost van het zuidelijkste punt van de Loch Doon. Vanuit het dorpje Dundeugh rijden we bijna 15 kilometer het natuurpark van Galloway in. Daarvoor kregen we een speciale toelating van de nationale dienst van bosbeheer. De wegen worden hier voornamelijk gebruikt door de zware machines van de houtvesters, een terreinwagen voelt zich hier in zijn sas. De weg stopt aan de Blare Burn en daar parkeren we de wagen. Tijdens een korte picknick vertelt onze gids David Reid dat Burn het Schotse woord voor rivier is. Ondertussen krijg ik een briefing in overlevingstechnieken. Onze mobiele telefoons zijn hier waardeloos. Ik geval van nood zou ik de aandacht van nachtelijke reddingshelikopters kunnen trekken door licht te maken met mijn gsm, met hun nachtkijkers kunnen de piloten ons dan lokaliseren. Met zo’n gids voelen we ons veilig.

Massa’s brokstukken liggen tussen de rotsen van de Carlin’s Cairn en rijzen stilaan de berg af.

De volgende drie kilometer moeten we te voet afleggen.  De bodem is erg drassig en met slecht weer valt dit sompig gebied absoluut niet te verkennen. De stilte wordt even onderbroken door een zwartgekleurde Britse Hawk. Het is hier een prachtige omgeving voor trainingsvluchten op lage hoogte.  Spijtig genoeg zijn in de heuvels al vele bemanningen gesneuveld. Vlakbij de crashplaats van de Dakota zal David ons nog de crashplaats aanwijzen van een Mosquito en een Anson.      

Het achterste plaatje van een Omega-polshorloge, vermoedelijk van een van de bemanningsleden. Het gaat hem om een horloge uit de RAF-collectie van Omega (type CK2292), een ontwerp uit 1942.
De sluiting van een van de veiligheidsgordels. Het mechanisme is nog gesloten. De bemanning had niet de minste kans om aan het noodlot te ontsnappen.

Wrakstukken
Volgens verslagen raakte de D896 de berg met de cockpit en met de vleugel aan stuurboord. De linkervleugel heeft dus minder geleden onder de impact, die vonden we dan ook terug. Het was het eerste onderdeel dat we konden lokaliseren. Het grote stuk ligt ongeveer 500 meter van de eigenlijke crashplaats. Misschien is de vleugel de steile helling afgerezen en later gedeeltelijk begraven door bergingsteams. Mogelijk zijn er nog andere onderdelen begraven.  Na ruim een uur zoeken beginnen we op de flank van de heuvel meer en meer onderdelen te vinden van het vliegtuig.

Tussen kleine stenen en grijze rotsblokken vallen de aluminium onderdelen eerst niet te best op. Maar na een tijdje vinden we op iedere vierkante meter wel een paar interessante stukken.  Stukjes parachute liggen naast onderdelen van motoren, rubberen slangen, stangen, aluminium platen, af en toe ook stukken hout of glas. David neemt de tip van een schroefblad mee naar het Dumfries & Galloway Aviation Museum. We vinden ook de naaf van een schroef maar omwille van het gewicht wordt die op de berg achter gelaten. We beklimmen de berg tot we geen onderdelen meer tegenkomen. We kunnen bevestigen dat de plaats van impact zo’n 100 meter van de top lag.

Afscheid
Voor gids David, fotograaf Paul en voor mezelf is het een onvergetelijke ervaring om op deze crashplaats te staan. Voor ons aanschouwen we de laatste route die de Dakota heeft gevlogen. Uit respect voor de bemanning wordt een kruisje opgericht, samengesteld uit enkele brokstukken van hun vliegtuig. David kent de gevaren van het gebergte en drong er dan ook op aan om de plaats tijdig te verlaten zodat we niet door de duisternis werden overvallen. ’s Avonds zijn we wat gaan nakaarten in een lokale pub. Het lokale bier –speciaal gebrouwen voor de voetbalploeg Glasgow Rangers- paste perfect bij een zacht gebraden Schotse forel.  Naast de brok geschiedenis houden we aan ons bezoek een warm contact over met  curator en gids David Reid.      

Lezers willen we waarschuwen om de tocht absoluut niet te organiseren zonder begeleiding van een ervaren gids. Bovendien mag je het gebied enkel betreden met een speciale toelating.

Frans Van Humbeek
Foto’s : Paul Van Caesbroeck
Dank aan David Reid en Didier Hindryckx

Op 1 februari 1948 werd de 169 Wing omgedoopt tot de 15de Vervoer- en Verbindingswing. Ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de 15 Wing Luchttransport wordt een boek uitgegeven over de geschiedenis van deze eenheid. Meer info bij Marie-Christine Lybaert en Paul Buyse, buyse.lybaert@skynet.be  Ze geven u ook graag alle informatie over de feestelijke Opendeurdag die op zondag 14 september te Melsbroek zal georganiseerd worden.